Volledig scherm

Paulussie

Als u Paulussie kent, dan is dit stukje gesneden koek.

Als de Boskabouter een onbekende grootheid is, laat dit dan een kennismaking zijn die naar meer smaakt.

De kinderboekenschrijvers hobbeldebobbelen de komende tien dagen over elkaar heen. Gisteren stond er nog een optimistisch stukje over de uit een diep dal opkrabbelende jeugdboekenbranche in de krant. De best verkochte titel blijkt momenteel De waanzinnige boomhut van 65 verdiepingen van Australiër Andy Griffiths.

Ik ken Griffiths niet. Dat heb je, als je al zo'n vijftien jaar uit de kinderen bent. Stom toeval natuurlijk dat de Kinderboekenweek dit jaar Opa's en Oma's in het zonnetje zet. Ik heb het hier tussen neus en lippen al verteld: als alles goed gaat kunnen we misschien niet meteen volgende maand maar dan toch een jaartje later onze voorleescapaciteiten weer aanspreken. En daar landen we bij Paulus. Hij zit in mijn hoofd sinds in de jaren negentig van de vorige eeuw de originele radio-uitzendingen met de stem van schrijver en bedenker Jean Dulieu werden herhaald. Met het aanstekelijke begindeuntje pompiepompiepompiepompompom. Ons huis werd bevolkt door boskabouter Paulus, uiteraard, en de met hem samenhangende dierentuin: Oehoeboeroe de helendal wel zeer belezen uil, Salomo de immer verontwaardigde raaf, Gregorius de slaperige das. Eucalypta is ook van de partij, als valse soms zielige heks.

Dulieu voorzag alle dieren en personages van een eigen stem. Hij was professioneel muzikant, violist. En was in staat een gesproken opera van Paulus te maken.

Ik ben al aan het oefenen. De krakende uithalen van Salomo en hysterisch kreten van Eucalypta, de diepe bas van Oehoeboeroe. Paulus heeft een piepstem, pijprokend mijmert hij op een bankje in het bos. Gregorius is mijn favoriet. Die mag een powernapje doen. Altijd en overal, als hij zin heeft.

  1. In 't Zeeuws-Vlaams
    column Jan van Damme

    In 't Zeeuws-Vlaams

    Dat overkomt me nou zelden. Als je iemand niet goed kent, dan houd je het aan de telefoon over het algemeen veilig in net Nederlands. Of wat daarvoor doorgaat. Gisteren belde ik Zeeuws-Vlamingen, die bij de première van de film 'Weg van jou' in Amsterdam waren geweest. Elke keer was het hetzelfde liedje. 'Ha Jan, oe is't?' Alsof we elkaar dagelijks, wekelijks, in elk geval vaak aan de toog treffen. Bij mij gaat er met zo'n openingszinnetje een knop om en zit ik een half uur in het West-Zeeuws-Vlaams te praten.
  2. Zeeuws-Vlaanderen met net dat beetje strijklicht
    Column Jan van Damme

    Zeeuws-Vlaan­de­ren met net dat beetje strijklicht

    We zien een oude Saab. Het type waarin mannen met pijp graag worden gespot. De bestuurster rijdt de tunnel in onder de Westerschelde, richting Terneuzen. Het ritme van de voorbij schietende lampen, de buis die steeds smaller lijkt te worden. Het geheel krijgt iets claustrofobisch. Happend naar adem haalt de vrouw haar inhaler tevoorschijn. Meteen na de tunnel belandt ze met haar Saab in de stromende regen op een landweg. De berm één grote modderpoel. Ze geeft gas. Ze rijdt zich vast.

Columns