Jan van Damme.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan van Damme. © Joost Hoving

Ik proef het zout op mijn lippen

ColumnDe wind trekt aan. We zeilen ter hoogte van wat de Stormkaap wordt genoemd. Ik twijfel, net als Edward Faneuil. Het zal daar best toch ook eens uit de goede hoek kunnen waaien? Ik zet me schrap in mijn stoel. De zee oogt grauw, de lucht dreigt zwart. We varen op gegist bestek. Onder ons kraakt het dek van de Merrimac.

  1. Bij Ciara denk ik aan het zeurderige buurmeisje
    PREMIUM
    column jan van damme

    Bij Ciara denk ik aan het zeurderige buurmeisje

    En ik maar denken dat we vandaag wel uitgewaaid zouden zijn. Leuk hoor, zo'n negen of tien Beaufort. Golvende rietkragen langs mijn Brigdamse Padje, meeuwen dwarrelen als snippers papier richting Westkapelle, je krijgt een ontiegelijke por in je rug als je de hoek van de Noordweg en het Ooststraatje rondt. Allemaal amusant, voor even. Zeker als je meeleeft met de tegenwindfietsers op de Oosterscheldekering. Zonder versnelling en met een speciale kots-zone. Heroïsch.
  2. De vooruitzichten zien er tot aan de zomer ijzig uit
    PREMIUM
    column jan van damme

    De vooruit­zich­ten zien er tot aan de zomer ijzig uit

    We klappen hard in onze handen. Voor de werkers in ziekenhuizen en ouderencentra, voor de juffen en meesters die via het beeldscherm ons kroost bij de les houden, voor de krantenbezorgers die het keurig in kolommen getikte nieuws over de pandemie elke ochtend voor zeven uur door onze bus duwen, voor de vakkenvullers in de supermarkten die de ergste hamsterwoede proberen te dempen. En voor alle onbaatzuchtigen die ik hier vergeet. Applaus, applaus.

Columns