Joost Hoving
Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Hé Danny, goed gedaan, pik

Wat een gast. Dat dacht ik vaak als ik hem ergens op televisie voorbij zag schieten. Omdat ik niet gecharmeerd ben van slap voetbalouwehoeren was het vaak zappenderwijs. Maar dat bleek voldoende. Die heerlijke doe-maar-gewoon-dan-doe-je-gek-genoeg-uitstraling. En als hij zong die stem, gevoelig diep uit een man van wie je dat qua omvang niet zou verwachten. 

  1. Ik zou graag nog eens een ouderwetse bak vertellen
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Ik zou graag nog eens een ouderwetse bak vertellen

    De lach is weg. Ja, ik voel mee met René Diekstra, de man met de expressieve bretellen. Gisteren constateerde hij in de krant dat het lachen ons vergaan is sinds het uitbreken van de coronapandemie bijna een jaar geleden. De hele godganse dag sijpelt het virus in ons dagelijkse leven door. De angst voor het ontstaan van nog veel besmettelijkere varianten, de onrust creërende dagcijfers, het geneuzel over een avondklok. Als we al naar een winkel gaan, zien we alleen elkaars ogen, een minzame of een uitnodigende glimlach blijft verborgen achter onze mondkapjes.
  2. Niet kauwen, hadden we onderling afgesproken, dat vindt Hij vast niet lekker
    PREMIUM
    column jan van damme

    Niet kauwen, hadden we onderling afgespro­ken, dat vindt Hij vast niet lekker

    Ták. Een harde tik met het zakmes op de houten kerkbank. Onze meester keek er streng bij. Eén ták betekende dat we met z'n allen moesten opstaan. Na twee tákken mochten we in colonne naar voren naar de communiebank lopen. Schrijden zou ik nu zeggen, je werd geacht niet te huppen of te versnellen, waardig jongens, waardig. Ik had mijn witte overhemd aan met een strikje onder mijn kin. Sommige meisjes in mijn klas hadden een sluier op hun hoofd, alsof ze gingen trouwen.

Columns