Jan van Damme.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan van Damme. © Joost Hoving

Een stevige noordenwind liet het rood-wit-blauw golven

COLUMN JAN VAN DAMMEWe dachten er al jaren over. Maar ja, tussen denken en doen ligt soms een brede kloof. Er moest ook wel wat geregeld worden voor denken doen kon worden. Een vlag, een vlaggenstok, een vlaggenhouder. Voor de niet erg handige klusser dacht ik daarbij maar meteen een passende boor, pluggen en schroeven te kopen.

Quote

Toen al vonden we dat we voortaan wel mee konden doen met het herdenken en vieren

Maandagochtend meldden we ons bij de Karwei. Bij de Praxis. Bij de Hubo. Bij Blokker. Bij Brammetje Dump. Overal keken ze ons meewarig aan. Vlaggen, houders? Die zouden in gangpad 31 moeten liggen. Alle schappen bleken leeg. Op hier en daar wat lichtgewicht plastic stokken na die me in geen enkel opzicht bestand leken tegen onze Zeeuwse kustwinden. Een illusie armer reden we naar huis door straten waar vlaggen halfstok het peil van onze gemoedstoestand aangaven.

  1. De spookstranden, de spookcampings, de spookterrassen, het doet wel zeer
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    De spookstran­den, de spookcam­pings, de spookter­ras­sen, het doet wel zeer

    Een vlucht boven Zeeland. Geheid dat je overal stofwolken ziet verwaaien. Boeren op hun landerijen, ze eggen, zaaien, planten. Wit uitgeslagen klei krijgt even een iets gezondere, grijsbruine kleur. Op akkers netjes aangeharkt in rijen en ruggen lijkt er niets aan de hand. Maar het is droog, in elk geval de bovengrond is gortdroog. Een 'buujtje’ zou geen kwaad kunnen, zegt mijn boer die zich afvraagt hoe zijn bietenzaad in deze woestijn moet ontkiemen.
  2. Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had

    Het is anders deze dagen. Drastisch anders. Blij zijn met de lente lijkt taboe. Wandelend loeren we achterdochtig naar elkaar, je moet op anderhalve meter afstand blijven hoor. De voordeurbel. Als ik opendoe staat de postbode al tien meter verder op straat te zwaaien dat hij een pakketje heeft neergelegd. De boekwinkel is open, nog wel. Ook daar waan ik me een melaatse. Geen kip, bijna geen kip te zien. Het lijkt of er iemand met een gifspuit door de wereld is getrokken om elk spoortje levendigheid de kop in te drukken.

Columns