Jan van Damme.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan van Damme. © Joost Hoving

De met veel zorg opgetaste lading moest droog bij de koeienboer in de Achterhoek arriveren

Column Jan van DammeWe noemden het repen. Of het een echt werkwoord is, weet ik nog steeds niet. Maar we deden het. We klommen met zijn tweeën bovenop een met balen stro volgeladen vrachtwagen. Eerst hadden we voor en achter de dikke touwen bevestigd die de lading bij elkaar moesten gaan houden. Bovenop lag de reep te wachten: een dubbele katrol waaraan de voor en achter bevestigde touwen werden vastgemaakt. We moesten ons eerst schrap zetten, met onze hielen goed klem tussen twee strobalen. Dan hé hup en trekken, hé hup en trekken. De eerste keren haalde je wel een halve meter touw door de katrollen die meteen ook klemmen waren. Met de laatste halen waren er centimeters te winnen. Als de touwen strak als snaren stonden, gromde de vrachtwagenchauffeur tevreden. Zo ingesnoerd kon hij de weg wel op.

  1. Eet Zeeuws, eet een paptaart
    PREMIUM
    COLUMN JAN VAN DAMME

    Eet Zeeuws, eet een paptaart

    Nee, de bolus gaat het niet maken. Dat las ik gisteren in deze krant. In het Zeeuwse kun je met het niet bijzonder smakelijk ogende baksel nog wel goede sier maken. Maar daarbuiten... Een exportproduct is het niet. En zal het nooit worden als ik de hedendaagse bakkers goed beluister. Zo’n gedraaide en besuikerde deegrol moet je vers eten. Dagvers. In plastic verpakt met een houdbaarheidsdatum wordt de smaakbeleving geweld aangedaan en ga je er in Amsterdam, of welke wereldstad ook, geen potten mee breken. Zelfs niet als je er een flinke laag roomboter op smeert.
  2. Niet kauwen, hadden we onderling afgesproken, dat vindt Hij vast niet lekker
    PREMIUM
    column jan van damme

    Niet kauwen, hadden we onderling afgespro­ken, dat vindt Hij vast niet lekker

    Ták. Een harde tik met het zakmes op de houten kerkbank. Onze meester keek er streng bij. Eén ták betekende dat we met z'n allen moesten opstaan. Na twee tákken mochten we in colonne naar voren naar de communiebank lopen. Schrijden zou ik nu zeggen, je werd geacht niet te huppen of te versnellen, waardig jongens, waardig. Ik had mijn witte overhemd aan met een strikje onder mijn kin. Sommige meisjes in mijn klas hadden een sluier op hun hoofd, alsof ze gingen trouwen.
  3. Stem! Onze Zeeuwse schrijvers zijn het waard
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Stem! Onze Zeeuwse schrijvers zijn het waard

    Herinnert u zich nog het postkaartenrelletje van een jaar of wat geleden? Het was in de Week van het Zeeuwse Boek. De PZC had daarin een eigen rol gekregen met de organisatie van een speciale publieksprijs. Dus niks geen jury, nee, u, ik, wij allemaal mochten ons favoriete Zeeuwse boek aanwijzen. Dat kon digitaal. Maar, en dat is in dit geval belangrijk, lezers konden ook met de inzending van een briefkaart hun favoriet een zetje geven.

Columns