Jan van Damme
Volledig scherm
PREMIUM
Jan van Damme © Joost Hoving

Aardappeloogst betekende veel volk over de vloer

Column Jan van DammeHet was een heel circus in het Slijkstraatje. Onze loods midden in het dorp deed jarenlang dienst als aardappelopslag. De schuur was voorzien van een aparte beluchting: over de volle lengte werd er een houten goot gebouwd met een loeiende ventilator die de lucht naar binnen blies. 

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. De spookstranden, de spookcampings, de spookterrassen, het doet wel zeer
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    De spookstran­den, de spookcam­pings, de spookter­ras­sen, het doet wel zeer

    Een vlucht boven Zeeland. Geheid dat je overal stofwolken ziet verwaaien. Boeren op hun landerijen, ze eggen, zaaien, planten. Wit uitgeslagen klei krijgt even een iets gezondere, grijsbruine kleur. Op akkers netjes aangeharkt in rijen en ruggen lijkt er niets aan de hand. Maar het is droog, in elk geval de bovengrond is gortdroog. Een 'buujtje’ zou geen kwaad kunnen, zegt mijn boer die zich afvraagt hoe zijn bietenzaad in deze woestijn moet ontkiemen.
  2. Aai eens over de warme neus van dikbil Muffin
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Aai eens over de warme neus van dikbil Muffin

    Nu het Haagse Malieveld door zwaar uitgeruste onrust aan modder is verreden, vond ik dat wel een mooie bijkomstigheid. Zo dichtbij het stadscentrum, nog dichter bij het Torentje van onze op gezette tijden vergeetachtige eerste minister, daar zag het er plotseling hartstikke landelijk uit. Al die stedelingen moeten zich een aardverschuiving geschrokken zijn. Slik! Slik op hun stoepen, slik op hun met blik volgestouwde doorgangsroutes. Dat waren ze niet gewend.
  3. Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had

    Het is anders deze dagen. Drastisch anders. Blij zijn met de lente lijkt taboe. Wandelend loeren we achterdochtig naar elkaar, je moet op anderhalve meter afstand blijven hoor. De voordeurbel. Als ik opendoe staat de postbode al tien meter verder op straat te zwaaien dat hij een pakketje heeft neergelegd. De boekwinkel is open, nog wel. Ook daar waan ik me een melaatse. Geen kip, bijna geen kip te zien. Het lijkt of er iemand met een gifspuit door de wereld is getrokken om elk spoortje levendigheid de kop in te drukken.

Columns