1. Met een vulpen kun je fantastische punten zetten
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Met een vulpen kun je fantasti­sche punten zetten

    Weken ben ik er al mee bezig. In mijn hoofd dan toch. Mijn laatste column. Die moet knallen, schitteren, spetteren, enthousiasmeren, lang herinnerd worden. De overstap naar het pensionadoschap vraagt immers iets heel bijzonders. Maar nu ik een beetje koortsig en wiebelig achter mijn toetsenbord zit, moet ik vooral aan een plumpudding denken. Past wel bij kerst overigens, maar het gaat me om het in elkaar zakken. Al die vooraf verzonnen maar niet opgeschreven afscheidscolumns, ze bleken geen goed fundament te hebben. Helaas.
  2. Kijk eens om u heen, grote kans dat er een schrijver in uw straat woont
    PREMIUM
    column jan van damme

    Kijk eens om u heen, grote kans dat er een schrijver in uw straat woont

    Mijn wereld bestaat even helemaal uit papier. Boekenpapier wel te verstaan. En natuurlijk krantenpapier, maar dat is er altijd. Het boekenpapier is een extraatje dezer dagen. De geur van vers gedrukte letters, het ritselen van het omslaan van een bladzijde. En, oh luxe, soms kan er een leeslint tussen de pagina’s worden gevlijd. Er zouden meer boeken van een lint moeten worden voorzien, gewoon, omdat het zo lekker voelt.
  1. Stem! Onze Zeeuwse schrijvers zijn het waard
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Stem! Onze Zeeuwse schrijvers zijn het waard

    Herinnert u zich nog het postkaartenrelletje van een jaar of wat geleden? Het was in de Week van het Zeeuwse Boek. De PZC had daarin een eigen rol gekregen met de organisatie van een speciale publieksprijs. Dus niks geen jury, nee, u, ik, wij allemaal mochten ons favoriete Zeeuwse boek aanwijzen. Dat kon digitaal. Maar, en dat is in dit geval belangrijk, lezers konden ook met de inzending van een briefkaart hun favoriet een zetje geven.
  2. Veel vogelverschrikkers hadden ze daar in het land staan
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Veel vogelver­schrik­kers hadden ze daar in het land staan

    Lage zonnen. Lange schaduwen. De zomer aarzelt. Afscheid nemen moet je niet overhaasten. Het land langs mijn pad is gestoppeld. Ontwortelde restjes tarwehalmen met daartussen de Zeeuwse klei die een heel seizoen aan het zicht onttrokken was. Alleen in de sporen van de sproeimachine zag je de bodem doorschemeren. Verderop in de polders ruik ik uien. De aardappelloodsen beginnen gevuld te raken.
  1. De met veel zorg opgetaste lading moest droog bij de koeienboer in de Achterhoek arriveren
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    De met veel zorg opgetaste lading moest droog bij de koeienboer in de Achterhoek arriveren

    We noemden het repen. Of het een echt werkwoord is, weet ik nog steeds niet. Maar we deden het. We klommen met zijn tweeën bovenop een met balen stro volgeladen vrachtwagen. Eerst hadden we voor en achter de dikke touwen bevestigd die de lading bij elkaar moesten gaan houden. Bovenop lag de reep te wachten: een dubbele katrol waaraan de voor en achter bevestigde touwen werden vastgemaakt. We moesten ons eerst schrap zetten, met onze hielen goed klem tussen twee strobalen. Dan hé hup en trekken, hé hup en trekken. De eerste keren haalde je wel een halve meter touw door de katrollen die meteen ook klemmen waren. Met de laatste halen waren er centimeters te winnen. Als de touwen strak als snaren stonden, gromde de vrachtwagenchauffeur tevreden. Zo ingesnoerd kon hij de weg wel op.
  1. Eet Zeeuws, eet een paptaart
    PREMIUM
    COLUMN JAN VAN DAMME

    Eet Zeeuws, eet een paptaart

    Nee, de bolus gaat het niet maken. Dat las ik gisteren in deze krant. In het Zeeuwse kun je met het niet bijzonder smakelijk ogende baksel nog wel goede sier maken. Maar daarbuiten... Een exportproduct is het niet. En zal het nooit worden als ik de hedendaagse bakkers goed beluister. Zo’n gedraaide en besuikerde deegrol moet je vers eten. Dagvers. In plastic verpakt met een houdbaarheidsdatum wordt de smaakbeleving geweld aangedaan en ga je er in Amsterdam, of welke wereldstad ook, geen potten mee breken. Zelfs niet als je er een flinke laag roomboter op smeert.
  1. Gesloopt! Het raadhuis, één van de parels van de naoorlogse herbouw
    PREMIUM
    column jan van damme

    Gesloopt! Het raadhuis, één van de parels van de naoorlogse herbouw

    Maak je meteen van je neus, dan kun je wachten op de sussende volzinnen. De soep wordt niet zo heet gegeten, je krijgt nog alle ruimte om mee te praten. In mijn jonge jaren was ik nog weleens geneigd die uitsteltactiek voor waar aan te nemen. Tot plotseling toch die autoweg in de voortuin van een eeuwenoude vliedberg werd gelegd, tot de dijkverzwaring inderdaad enkele meters breder uitviel en die monumentale waterschapswoning eraan moest geloven.
  2. Ook aan de serie buurtschappen komt een eind: ik vond het mooi, heel mooi
    PREMIUM
    column jan van damme

    Ook aan de serie buurtschap­pen komt een eind: ik vond het mooi, heel mooi

    Aan alles komt een eind. Ook aan de serie buurtschappen. Vorig jaar begin juli was Stroodorp bij Kamperland op Noord-Beveland het eerste gehucht. Marijke vertelde hoe ze er een halve eeuw geleden als meisje op vakantie kwam en huilde als ze terug naar huis in Vlaardingen moest. Afgelopen zaterdag was ik met fotograaf Ruben Oreel in Strijenham, nummer 42, op de zuidrand van Tholen. Vlaamse Ellen had er heimwee naar pistolekes en een echte slager.
  3. Toch viel ik als een blok voor ons tweewielige aanhangertje
    PREMIUM

    Toch viel ik als een blok voor ons tweewieli­ge aanhanger­tje

    Het is een vraag die dezer dagen nogal eens voorbij flitst. Wat betekent vrijheid eigenlijk? Tsja, denk ik dan. Daar sta ik echt niet zo vaak bij stil en ik heb er zeker geen pasklare definitie voor. Ik hoorde wel een mooi antwoord, ik geloof dat het van onze ‘Hello Goodbye’ Joris Linssen kwam. Vrijheid, zei hij, is de ruimte krijgen om fouten te mogen maken. Dat vind ik een mooie. Want ik weet zeker dat u en ik de plank met enige regelmaat misslaan. Wij allemaal. Gelukkig maar.
  4. Niet kauwen, hadden we onderling afgesproken, dat vindt Hij vast niet lekker
    PREMIUM
    column jan van damme

    Niet kauwen, hadden we onderling afgespro­ken, dat vindt Hij vast niet lekker

    Ták. Een harde tik met het zakmes op de houten kerkbank. Onze meester keek er streng bij. Eén ták betekende dat we met z'n allen moesten opstaan. Na twee tákken mochten we in colonne naar voren naar de communiebank lopen. Schrijden zou ik nu zeggen, je werd geacht niet te huppen of te versnellen, waardig jongens, waardig. Ik had mijn witte overhemd aan met een strikje onder mijn kin. Sommige meisjes in mijn klas hadden een sluier op hun hoofd, alsof ze gingen trouwen.