1. Kok-ok-ok: zomaar een vreemdeling in de tuin
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Kok-ok-ok: zomaar een vreemde­ling in de tuin

    Opeens trok mijn hoofd naar rechts. Kijk, daar had je het. Ik tufte op het gemakje van Middelburg naar Goes. Net voorbij waar Walcheren Beveland werd, rechts van de snelweg. Een heel veld gerst dat diep geel kleurde. Stijn Streuvels en Vincent van Gogh zouden er slapeloze nachten van gehad hebben. Zacht wuivend in de zucht van de passerende auto's. De baarden van de aren lichtjes naar de grond gebogen. Zomer, man, zomer.
  1. De spookstranden, de spookcampings, de spookterrassen, het doet wel zeer
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    De spookstran­den, de spookcam­pings, de spookter­ras­sen, het doet wel zeer

    Een vlucht boven Zeeland. Geheid dat je overal stofwolken ziet verwaaien. Boeren op hun landerijen, ze eggen, zaaien, planten. Wit uitgeslagen klei krijgt even een iets gezondere, grijsbruine kleur. Op akkers netjes aangeharkt in rijen en ruggen lijkt er niets aan de hand. Maar het is droog, in elk geval de bovengrond is gortdroog. Een 'buujtje’ zou geen kwaad kunnen, zegt mijn boer die zich afvraagt hoe zijn bietenzaad in deze woestijn moet ontkiemen.
  1. Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had

    Het is anders deze dagen. Drastisch anders. Blij zijn met de lente lijkt taboe. Wandelend loeren we achterdochtig naar elkaar, je moet op anderhalve meter afstand blijven hoor. De voordeurbel. Als ik opendoe staat de postbode al tien meter verder op straat te zwaaien dat hij een pakketje heeft neergelegd. De boekwinkel is open, nog wel. Ook daar waan ik me een melaatse. Geen kip, bijna geen kip te zien. Het lijkt of er iemand met een gifspuit door de wereld is getrokken om elk spoortje levendigheid de kop in te drukken.
  2. De vooruitzichten zien er tot aan de zomer ijzig uit
    PREMIUM
    column jan van damme

    De vooruit­zich­ten zien er tot aan de zomer ijzig uit

    We klappen hard in onze handen. Voor de werkers in ziekenhuizen en ouderencentra, voor de juffen en meesters die via het beeldscherm ons kroost bij de les houden, voor de krantenbezorgers die het keurig in kolommen getikte nieuws over de pandemie elke ochtend voor zeven uur door onze bus duwen, voor de vakkenvullers in de supermarkten die de ergste hamsterwoede proberen te dempen. En voor alle onbaatzuchtigen die ik hier vergeet. Applaus, applaus.
  1. Dwarsdenker Eus gooit een flinke scheut spiritus op het literaire vuurtje
    PREMIUM
    column jan van damme

    Dwarsden­ker Eus gooit een flinke scheut spiritus op het literaire vuurtje

    Een tweedehandsafdeling op de zolder van een Gentse boekhandel. Jaren geleden. Het rook er stoffig. Nou ja, muf, naar op elkaar gepakte natte jassen. In een hoekje kwam ik ze tegen, de roemloos vergeten romans. Johan Daisne met zijn ‘Trap van steen en wolken’ en ‘De man die zijn haar kort liet knippen’. Van Ward Ruyslinck stonden er ‘De ontaarde slapers’en ‘Het dal van Hinnom’. Hoe ik ook zocht, het ooit door mij stukgelezen ‘Reservaat’ kon ik er niet vinden. Al die vergane Vlaamse grootheden. Voor één of max twee euro kon je ze meenemen.
  2. Zo uitgerekt zag ik mijzelf zelden
    PREMIUM
    COLUMN JAN VAN DAMME

    Zo uitgerekt zag ik mijzelf zelden

    Boven me was het voor het eerst in dagen strak blauw. In het verre oosten lag een wolkenband die voorlopig van geen wijken wist. De opkomende zon zat er om een uur of acht ‘s morgens nog achter verscholen. Tot ik op het Brigdamse padje mijn dagelijkse uitje eindig verklaarde en met onze viervoeter op huis aan stevende. Zonnestralen piepten over de wolkenband heen en opeens liep ik achter mijn eigen schaduw aan. Een donker silhouet van zo'n drie meter lang. Zo uitgerekt zag ik mezelf zelden.
  1. Bij Ciara denk ik aan het zeurderige buurmeisje
    PREMIUM
    column jan van damme

    Bij Ciara denk ik aan het zeurderige buurmeisje

    En ik maar denken dat we vandaag wel uitgewaaid zouden zijn. Leuk hoor, zo'n negen of tien Beaufort. Golvende rietkragen langs mijn Brigdamse Padje, meeuwen dwarrelen als snippers papier richting Westkapelle, je krijgt een ontiegelijke por in je rug als je de hoek van de Noordweg en het Ooststraatje rondt. Allemaal amusant, voor even. Zeker als je meeleeft met de tegenwindfietsers op de Oosterscheldekering. Zonder versnelling en met een speciale kots-zone. Heroïsch.

Columns