Volledig scherm
Ik presenteer u; de beste twee deelnemers van de 3000 meter! 😉 © Eline van Es

Baan vrij!

blogDeze week heb ik maar liefst twee keer op de atletiekbaan getraind met mijn vriendin Eline. Eerst met de recreantentraining op maandagavond. Na drie rondjes inlopen kregen we looptraining. Deze keer zonder hindernissen. Nadat we een paar keer als huppelende pony’s van pion naar pion waren gelopen konden we aan de kern beginnen. Die was dit keer: vier keer 400 meter joggen, met een halve ronde rust tussendoor. Daarna een hele ronde rusten dan de routine nog een keer herhalen.

Eline en ik deden er met ons groepje vijf telkens zo’n tien seconden langer over dan groep 4, zo’n twee minuten en zestien seconden. Helemaal niet zo heel veel verschil, vond trainer Birgen. De laatste ronde besloten we te versnellen. Eline en ik voerde langzaam het tempo steeds meer op. We kwamen na 2.01 seconde over de finish. Vijftien seconden sneller dus dan onze andere rondjes. Ook groepsgenoten vroegen nu of we binnenkort niet bij groep vier zouden aansluiten. Maar doe het maar eens, elke ronde tien seconden sneller en dat acht keer volhouden, ook als je je dag eens niet hebt. Dat bouw je niet zomaar op.

Baan voor onszelf

Omdat ik door mijn tegenstribbelende kuitspier laatst geen 3000 meter heb kunnen lopen, besloten Eline en ik dat donderdagochtend alsnog te doen. Het was wel even gek, zo alleen op de atletiekbaan bij AV’56. Eén jogger kwam de baan over gerend tijdens onze run, maar die is niet lang gebleven. We hadden de baan helemaal voor onszelf.

Het was buiig en broeierig. En hoewel we beide fysiek niet in onze beste staat waren, zijn we toch voor de ander komen opdagen. Een toptijd zou het in ieder geval niet worden, dat stond vast. Ik was al warm toen we de baan op kwamen; ik was enthousiast van thuis naar AV’56 komen joggen. We liepen naar de startlijn en stelde onze apps en stopwatch in.

Eh… tsjah, hoeveel rondjes was 3000 meter het ook alweer? Een rondje is 400 meter. Ik pakte de rekenmachine op mijn mobiel er al bij, maar Eline wist me te vertellen dat het zeven en een halve ronde was. Goed dan. Daar gingen we. We begonnen rustig, op mijn comforttempo van 8,5 km/u. De laatste halve ronde zouden we wel versnellen.

Kloppende slapen

De eerste drie rondes waren best te doen. Maar daarna werd het steeds zwaarder. Toen we begonnen dreven er regenwolken over en de spatjes daarvan waren lekker verfrissend. Maar toen de donkere wolken waren weggedreven werd het broeierig, en dat werd steeds erger. “Ik begin hem te voelen hoor”, zei ik tegen Eline. Zij ook wel. Pfft. We jogden dapper door met onze kloppende hoofden. Eline was zo slim geweest een flesje water mee te nemen, maar daar zat maar een klein laagje in. En ik had helemaal niks mee. Even door bikkelen dan maar.

“Ik ga niet versnellen hoor, maar als je wil; ga je gang”, zei ik toen we (eindelijk!) zeven rondes gelopen hadden. Maar Eline bleef gezellig bij me: “Samen uit, samen thuis.” Zij had haar tijd anderhalve week geleden toch al neergezet. 21 minuten en 10 seconden, gaf de stopwatch aan toen we finishten. Iets onder de negen km/u. Eline vond het best netjes. En dat was het toch ook eigenlijk wel; je steady tempo aanhouden terwijl je niet in orde bent.

Kijk ook op: JoggenDoorZuidBeveland en Hardlopen in Zeeland.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

blogs