1. Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Dit was mijn wereld zonder dat ik er erg in had

    Het is anders deze dagen. Drastisch anders. Blij zijn met de lente lijkt taboe. Wandelend loeren we achterdochtig naar elkaar, je moet op anderhalve meter afstand blijven hoor. De voordeurbel. Als ik opendoe staat de postbode al tien meter verder op straat te zwaaien dat hij een pakketje heeft neergelegd. De boekwinkel is open, nog wel. Ook daar waan ik me een melaatse. Geen kip, bijna geen kip te zien. Het lijkt of er iemand met een gifspuit door de wereld is getrokken om elk spoortje levendigheid de kop in te drukken.
Dossier

WeekendPijlen»

  1. De vooruitzichten zien er tot aan de zomer ijzig uit
    PREMIUM
    column jan van damme

    De vooruit­zich­ten zien er tot aan de zomer ijzig uit

    We klappen hard in onze handen. Voor de werkers in ziekenhuizen en ouderencentra, voor de juffen en meesters die via het beeldscherm ons kroost bij de les houden, voor de krantenbezorgers die het keurig in kolommen getikte nieuws over de pandemie elke ochtend voor zeven uur door onze bus duwen, voor de vakkenvullers in de supermarkten die de ergste hamsterwoede proberen te dempen. En voor alle onbaatzuchtigen die ik hier vergeet. Applaus, applaus.
  2. Het leven als essay
    PREMIUM

    Het leven als essay

    Naast mijn schrijverschap ben ik docent Engels. Een onderdeel van het lesprogramma bestaat uit het schrijven van een persoonlijk essay. Toen ik enige weken geleden de opdrachtspecifieke kenmerken introduceerde en de studenten op de hoogte bracht van hoe het essay geschreven en vooral gestructureerd diende te worden, maakte ik na afloop van de les, toen ik alleen in het leslokaal achterbleef en nog zat te herkauwen op wat ik zojuist had uitgelegd, in mijn gedachten een filosofische associatie tussen het schrijven van een essay en het leven zelf.
  1. Bollix zelf waggelt testikelloos maar jolig door zijn hondenleven
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Bollix zelf waggelt testikel­loos maar jolig door zijn hondenle­ven

    Thuis ben ik degene die de dieren een naam geeft. Als schrijver wordt dat van me verwacht. Ik vind het een eer om te doen. Een dier hoort een naam te hebben. Zonder naam blijven ze hun leven lang een schaduw van het onbekende en onbekend maakt onbemind. Als een boer elke koe een naam gaf, dan zou het moeilijker zijn ze naar het slachthuis te brengen. Of een jager: kijk! Daar loopt haas Kromme Henkie, de papa van Rattekop en Snottebel. Schiet hem kapot!
  2. Deze coronacrisis is een vat vol dilemma’s
    PREMIUM
    Column Maikel Harte

    Deze coronacri­sis is een vat vol dilemma’s

    Dus. Als ik het goed begrepen heb nemen we al deze maatregelen tegen corona, omdat de zorg het niet aan kan bij te veel besmettingen. Er kunnen dan te weinig ziekenhuisbedden zijn en vooral te weinig beademingsapparatuur, zodat er misschien gekozen moet worden wie wel behandeld kan worden en wie niet. Vooral ouderen en mensen met een toch al een kwetsbare gezondheid lopen risico en die zullen zich hierover zorgen maken. Voor de rest van de bevolking blijven de gevolgen over het algemeen beperkt tot een flinke griep.
  3. Hoog tijd dat onze premier een U-bocht maakte
    PREMIUM
    column oscar garschagen

    Hoog tijd dat onze premier een U-bocht maakte

    Eindelijk heeft onze joviale premier zijn politiek van vrolijke Hollandse nuchterheid over het mondiaal rondspattende coronavirus laten varen. Met zichtbare tegenzin erkende hij gisteren dat ‘Nederland een patiënt is die behandeld moet worden’. Het werd hoog tijd dat ook hij een U-bocht maakte. Voor virologen in Azië, Europa en de VS is het allang duidelijk: het dodelijke coronavirus is niet in te dammen, maar op zijn best te beheersen, te mitigeren.
  1. Dwarsdenker Eus gooit een flinke scheut spiritus op het literaire vuurtje
    PREMIUM
    column jan van damme

    Dwarsden­ker Eus gooit een flinke scheut spiritus op het literaire vuurtje

    Een tweedehandsafdeling op de zolder van een Gentse boekhandel. Jaren geleden. Het rook er stoffig. Nou ja, muf, naar op elkaar gepakte natte jassen. In een hoekje kwam ik ze tegen, de roemloos vergeten romans. Johan Daisne met zijn ‘Trap van steen en wolken’ en ‘De man die zijn haar kort liet knippen’. Van Ward Ruyslinck stonden er ‘De ontaarde slapers’en ‘Het dal van Hinnom’. Hoe ik ook zocht, het ooit door mij stukgelezen ‘Reservaat’ kon ik er niet vinden. Al die vergane Vlaamse grootheden. Voor één of max twee euro kon je ze meenemen.