Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Marja Jansen

Voor de zot (ge)houden

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMMagneetvissen. Dat is waar mijn jongste twee nu verzot op zijn. En ze zijn er zo verzot op omdat ik het spelletje buiten hun weten om manipuleer. We gaan magneetvissen bij het vissershuisje van een vriend, gelegen aan de grote plas de Vogel in Hengstdijk. Rondom dat vissershuisje blijkt een bodem aan onuitputtelijke schatten te liggen. Telkens als we ernaartoe gaan vindt mijn tweeling er bouten, moeren, schroeven, trampolineveren, ringen, zelfs een stuk ketting. Maar waar ze het meest op kicken, zijn oude munten uit vreemde landen. 

  1. Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit

    In een tent slapen is altijd een genot. Althans voor mijn tweeling. Dat vinden ze fantastisch. Ze hielpen me goed bij het opslaan ervan: de stokken aaneenrijgen en ze klaarleggen. Daarna hielden ze het voor gezien en gingen ze spelen en kon ik verder alleen de tent opzetten. Tegen de tijd dat de haringen in de grond geslagen moesten worden, kwamen ze terug en deden hun best om te helpen. Maar de hamer was zwaar en de grond hard.
  2. De eerste keer in Domburg
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    De eerste keer in Domburg

    Ik woon al zestien jaar in Zeeuws-Vlaanderen, maar vorige week was ik voor de eerste keer in Domburg. Ik mijd al te toeristische plekken, maar de drukte viel gelukkig mee. Er was ruimte genoeg op het strand en in het bos en de Duitsers bleven op afstand. De zegeningen van corona. In de winkelstraat, die waarin Ristorante Verdi zich bevond (de pizzeria waar ik een pepperoni pizza bestelde waarop na grondige inspectie geen pepperoniworst te bespeuren viel en de blonde serveerster me stellig liet verstaan dat bij haar Ristorante Verdi pepperoni pizza met pepertjes was), de enige straat van Domburg die ik ben doorgelopen, stond een man die het fietsverkeer regelde, het is te zeggen, hij verplichtte de fietsers af te stappen en al wandelend verder te gaan. Op korte beentjes liep hij heen en weer en op zijn hesje stond: Coronacoach. Het deed me denken aan cockroach, Engels voor kakkerlak. En ik had nog niet eens een pint op.
  1. Corona verwart onze paniekreflex
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Corona verwart onze paniekre­flex

    Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd.
  1. Anna Zorgt deelt 400 liter soep uit in Sint-Annaland
    Play

    Anna Zorgt deelt 400 liter soep uit in Sint-Annaland

  2. Hasjesstraat: om de haverklap was het naambordje weg
    Play

    Hasjes­straat: om de haverklap was het naambordje weg

Columns