Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

Nachtjager

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMLang geleden, toen ik nog in Gentbrugge woonde, ging ik op een lenteavond, zo rond middernacht, naar buiten. – Ik haal wel vaker een frisse neus voor het slapengaan. Ik kan intens genieten van de maan, haar schijnsel en schaduwvlekken die gelden als de vingerafdrukken van een subliem wezen dat haar ooit in oertijden had aangeraakt en dus als bewijs uit het ongerijmde dienden. – 

Toen ik daar in gedachten verzonken naar de maan stond te staren met om me heen het geritsel van nachtelijke rovers die zich opmaakten voor de jacht, hoorde ik een geluid dat ik nog nooit eerder had gehoord. Het leek wel een krolse kat, maar dan eentje met een enge ziekte onder de leden. 

  1. De meeste bejaarden deugen
    column Jan Vantoortelboom

    De meeste bejaarden deugen

    Meme, mijn grootmoeder aan moederszijde, woonde op een boerderij in Loppem, een dorpje nabij Brugge. Als kind bezocht ik haar samen met mijn broer en ouders om de twee weken op zondagmiddag. Dan moesten we koffie drinken waar ik van kokhalsde en speelden we iets verderop in het bos in een grot waarin Mariabeelden stonden en kaarsen en rode theelichtjes brandden. Voor de grot meanderde een diep uitgesneden beekje onder een wandelbrug door. Vaak onderdrukte ik de neiging om erin te springen.
  2. De wereld als zandbak
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    De wereld als zandbak

    Ruim voor het coronavirus de wereld gijzelde ben ik begonnen in Grote verwachtingen van Geert Mak. Het is het vervolg op het succesvolle In Europa dat vijftien jaar geleden verscheen. Omdat het boek over de eerste twee decennia van deze eeuw gaat, dus zeer recente geschiedenis, las ik het met een zekere urgentie. Maar sinds corona heb ik het gevoel dat ik lees over een stoffig verleden, over een wereld die niet meer bestaat en er niet meer toe doet. Vaak denk ik bij geschiedenis aan een slingerbeweging, aan uitersten, want per slot van rekening zijn het de heftigste gebeurtenissen, zoals revoluties, oorlogen, ziektes, de wrede daden van dictators et cetera die de geschiedenisboeken halen.
  3. Tuur
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Tuur

    Tuur woont in Ossenisse, een steenworp bij me vandaan. Hij heeft in Terneuzen een garage met belendende scooterzaak en al een jaar of vijftien repareert hij mijn auto. Zelden heb ik een mens met meer plezier in zijn werk ontmoet. Hij is eind zestig en het is zijn lust en zijn leven, antwoordt hij als ik vraag wanneer hij met pensioen gaat. Zijn handen doen mij aan die van mijn vader denken, die werkte ook in een garage: eeltige huid, altijd zwart van het smeer en de olie, niet schoon te krijgen, zelfs niet met korrelig waspoeder dat bij ons thuis in een bokaal naast de warmwaterkraan stond. Harde handen van een zachtaardige man.
  1. In de tweede helft van mijn twintiger jaren bleek ik ook bezig met zingeving
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    In de tweede helft van mijn twintiger jaren bleek ik ook bezig met zingeving

    Slechts een handvol weken voordat het coronavirus de media terroriseerde, las ik een artikel in een krant over de wanhopige zoektocht van mensen naar geluk en over psychiaters die heden ten dage supersterren zijn, maar ook overwerkt omdat de mensen er voor elke zucht naartoe sprinten. Woorden zoals piekbeleving en gelukseconomie kleefden aan mijn ogen. In datzelfde artikel hebben een aantal bekende psychiaters het over eenzaamheid bij jongeren door gebrek aan zingeving en dat die zingeving vooral te vinden is in De Ander en dat we dus wat ‘zitvlees’ in relaties moeten kweken en ‘niet bij het eerste zuchtje tegenwind moeten afhaken’.
  2. Online lesgeven maakt sommige leraren weer menselijk
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Online lesgeven maakt sommige leraren weer menselijk

    Ik ken een jongen die dit schooljaar samen met een groep vrienden tegen het ontmoedigingsbeleid van de school in, is overgestapt van 4 vmboT naar 4 havo. Voor het eerst in de schoolcarrière van die jongen, die al vanaf groep 4 gekenmerkt werd door schoolmoeheid, vertelde hij mij over zijn wedervaren tijdens de wiskundeles en met name over de persoonlijke benadering van de wiskundeleraar. Het motto van de leraar was: ‘hoe minder zielen, hoe meer vreugd.’

Columns