Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Marja Jansen

Mijn grote broere bleef plakken aan ’n schone Slowaakse

column jan vantoortelboomHet is van augustus 2019 geleden dat ik mijn ‘grote broere’ nog heb gezien. Hij woont al bijna dertig jaar in Bratislava, Slowakije. Daar is hij destijds na zijn studies biologie aan de Universiteit Gent naartoe gereisd met een beurs van de Vlaamse Gemeenschap. Hij zou er negen maanden verblijven en meewerken aan een project van de universiteit aldaar om de territoria van wolven, beren en lynxen in het Tatragebergte in kaart te brengen. Hij heeft die dieren nooit live gezien, maar vond wel de sporen in de sneeuw.

  1. Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaam­se verwijt­woor­den naar het hoofd

    ‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’
  1. Corona verwart onze paniekreflex
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Corona verwart onze paniekre­flex

    Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd.

Columns