Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom

Corona verwart onze paniekreflex

column jan vantoortelboomIk herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd. 

  1. Met een XL spuitbus ga ik op jacht
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Met een XL spuitbus ga ik op jacht

    Het beest dat mij het meest de keel uithangt is terug: de mug. Geen enkel ander dier kan me zo tot waanzin drijven (behalve misschien zo’n grote strontvlieg die me snorrend om de oren vliegt en die tegen de wetten van de zwaartekracht in mijn witgeverfde plafond onder de zwarte stippen schijt.) Maar wederom, zoals elke zomer, ben ik tot de tanden toe gewapend: een XL spuitbus, twee toestellen met een gifreservoir voor in het stopcontact (mocht er eentje leegraken), en een onverwoestbare mepper. Als ik in mijn bed lig en ze aan de rafelranden van mijn slaperige bewustzijn al in de verte hoor zoemen, knip ik terstond alle lichten aan, spring ik met mijn zintuigen op scherp het bed uit en ga met een monomaniakale concentratie op jacht.
  2. Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven

    Vroeger had ik op mijn kamer een instabiel vurenhouten rekje vol boeken. Het stond tegen de wand en ik kende alle titels van buiten. Nu heb ik twee prachtige stalen boekenrekken voor honderden boeken, met zo weinig mogelijk verloren ruimte, want de stalen platen zijn gemaakt op de doorsnee romanafmetingen. Als de boeken echt groot zijn, kan ik ze nog horizontaal op elkaar leggen. De rekken zijn gemaakt door mijn schoonvader, een man met gouden handen. En het mooiste is de buiging erin, alsof de wand rond is.

Columns