Raymond van de Ven
Volledig scherm
Raymond van de Ven © Raymond van de Ven

Vers op Zondag 255: Raymond van de Ven

  1. Een rondwandelingetje in de buurt
    zeeland-geboekt

    Een rondwande­lin­ge­tje in de buurt

    Hier vlakbij aan de weg heb je een fietsenwinkel (Harm’s Rijwielcentrale) met nieuwe rijwielmodellen in de etalage. Soms staan er ook fietsen buiten. Boven de deur is een bord bevestigd met ‘Gazelle Gaat Verder’ erop. Binnen ruikt het naar rubber. Je kunt er behalve fietsen en binnen- en buitenbanden, soms ook zwarte en gele en tomaatrode regenjasjes kopen en fietstassen en pompjes en drinkflessen en zadels en lampjes die je aan je mouwen kunt bevestigen. Ze repareren er ook je fiets. Ze hebben achter de winkel een werkplaats. Ze hangen daar je fiets aan haken aan staalkabels op, zodat de fietsenmakers gemakkelijker bij de ketting kunnen en aan de pedalen kunnen draaien. Er is een werktafel met ontelbaar veel voorwerpen erop. De meeste van metaal en zwart of glimmend. Het ruikt daar een beetje naar smeerolie. Een van de fietsenmakers heet Harm.
  2. Calvados
    zeeland-geboekt

    Calvados

    Vorige week kwam mijn oudste broer, Zweitze, op bezoek. Hij was jarig en bracht een fles calvados mee. De drank deed me opeens denken aan wat Van Schaik uit Vlissingen me ooit vertelde. Jan van Schaik had Engels gestudeerd in Utrecht, was lang leraar en vertaalde teksten uit het Engels, onder andere het boek: We Didn’t Mean to go to Sea, van Arthur Ransome, dat vertelt over een stel kinderen die per ongeluk met hun zeilbootje van Engeland in Vlissingen terechtkomen; hij schreef over het brouwen van bier en over het zelf maken van wijn, maar hij maakte ook calvados. Hij werd geprezen om hetgeen hij gemaakt had en hij besloot mee te doen aan een grote calvados-wedstrijd in Deauville, in Normandië. Hij deed enkele flesjes calvados in zijn fietstas en reed richting Deauville aan de Franse kust. De tocht ging goed, maar naarmate de reis vorderde dacht hij na over wat hij aan het doen was. Was het niet te pretentieus om als Nederlander mee te doen aan zo’n prestigieuze wedstrijd met een jury van fijnproevers. Hij kwam door dorpen met allerlei plekken waar calvados te koop was en hij besloot zijn drank te laten keuren door zo’n handelaar, van wie hij vermoedde dat die toch wel iets van de kwaliteit van calvados wist.