Volledig scherm
Place du Marché. © Peter Nicolai

Place du Marché: Klassiek restaurant met fijne fazant

In Philippine kun je overal onbeperkt mosselen eten. Wij zijn geen kuddedieren en proeven fazant bij Place du Marché.

Place du Marché is al 35 jaar een begrip in gastronomisch Philippine. ’s Zomers zit het er elke dag tjokvol Belgen die zich volladen met gekookte mosselen. (De liefde voor het schelpdier gaat bij Vlamingen nu eenmaal dieper dan bij ons Zeeuwen). Bovendien kunnen ze er voor eenheidsprijzen onbeperkt schranzen. Probeer dat maar eens in Vlaanderen. In de prijzenslag met de noorderburen zoeken de Vlaamse eethuizen nogal eens hun toevlucht tot een mindere kwaliteit mosselen. Kortom, geen partij voor Zeeuws-Vlaanderen. Dat is in een notendop het geheim van mosseldorp Philippine.

Place du Marché is overduidelijk open. De vier zeecontainers brede glazen pui baadt in hetlicht. Hee wat vreemd, we zien twee raampartijen met een dikke meter tussenruimte. Als we de neus tegen de ruit drukken, ontwaren we een speciekuip. ,,We zijn aan het verbouwen’’, verklaart eigenaar Leo Taalman, die samen met zijn partner Andrea Verlinde, het restaurant uitbaat. Er staan al nieuwe rode stoelen en hoge gele banken. Het plafond, de verlichting en een moderne haard zijn ook brandnieuw. Het paar investeert ook nog in klimaatbeheersing en een veranda waarvan de glaspartijen zich elektrisch openen. ,,Dan zitje straks toch een beetje buiten. Weetje, Belgen zitten graag aan het raam. Ze willen zien en gezien worden. Voor de deur laten ze hun eega uitstappen, zodat iedereen hun dure dikke auto kan bewonderen’’, knipoogt Taalman. 

Zit je leuk bij Place du Marché?

Na een hand van de eigenaar -,,zo hoort dat!’’ – nestelen we ons in een hoekje, vlak bij het knapperend haardvuurtje. Niet te dicht, want er komt zoveel warmte vanaf dat we na het dessert zelf de perfecte cuisson bereiken. Ook uit het licht, want het is fel. Later dimt Taalman de lampen en wordt het plots een stuk sfeervoller. Op het witte linnen (!) zet onze gezellige serveerster een amuse – zure mosseltjes – neer en informeert naar onze dorst. Wijn en water graag. ,,Een hele of een halve fles water?’’ Een halve, want anders moeten we straks in de polder nog een boom opzoeken. ,,Nou, bomen genoeg hier hoor’’, grijnst ze.

Hoe is het voorgerecht?

De amuse prikken we niet helemaal op. Een paar zure mosselen – als Taalman verse mosselen over heeft, legt hij ze in het zuur – is lekker, meer gaat tegenstaan. De kaart oogt klassiek, net als de zwart-witte obercombinatie die Taalman draagt. Nippend aan de huiswijn – een slanke pinot blanc uit de Elzas die vooral kruidig is – kiezen we de ‘gravlax van het huis’ en de huisgemaakte kreeftensoep. De serveerster zet een fles Armagnac op tafel, waarmee we zelf de soep kunnen verrijken. Zo ging dat in de jaren tachtig, en in Philippine nog steeds.

De soep is trouwens best goed. Er drijven grote stukken kreeft in, al wensen we een bouillon met net wat meer concentratie. De zalm wordt opgediend in strak gesneden vierkante en flinterdunne lapjes. Alsof je naar de plattegrond van de Noordoostpolder tuurt. Bij Place du Marché wordt zalm gezouten, ingevroren en vervolgens met een snijmachine getrancheerd. Helaas is de kok uitgeschoten met de zoutbus. We geven het bord terug. En dan staat de echte restaurateur op. Onze kritiek is terecht en of we iets anders willen? ,,Ik zet dit ook niet op de rekening, want het moet goed zijn’’, zegt Taalman.

En de hoofdgerechten?

Klassiek en nog eens klassiek. Twee sappige, op de huid gebakken zeebaarsfilets, compleet met een zilverkleurige juskom boordevol Hollandaisesaus, een zwart kroepoekje van inktvis, wat beetgare groentjes en zachte puree. Royaal en prima uitgevoerd. Hetzelfde noteren we over onze wildschotel. De fazantenfilet is met zeven dikke plakken een hele hap. Mooi rosé van binnen, mals en fijn van smaak, net als de decente champagnesaus. Onderop wat beetgare zuurkool, ernaast een stronkje witlof en drie spruitjes, ook netjes al dente. Het heerlijke stoofpeertje bereidt ons al mentaal voor op de kerstdagen. 

Desserts?

Een grand dessert voor twee, want we waggelen al een beetje. Alweer een gul bord met als beste element de mousse van Callebaut-chocolade. Qua opmaak klassiek, maar daar is nog steeds een markt voor. Bij vertrek is er opnieuw een hand van de patron. Gelukkig geen Trump-bankschroef.

Volledig scherm
Beoordeling © PZC
PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement