Volledig scherm
Restaurant In de Gouwe Gheijt. © Lex De Meester

Gezelligheid kent geen tijd in eetcafé In De Gouwe Gheijt

recensieMidden op Walcheren struikel je niet bepaald over de eetgelegenheden. In Grijpskerke stuiten we op een eetcafé met een bescheiden kaart: In De Gouwe Gheijt.

Met bezoek uit de Randstad wandelen we meestal over strand en duinen. Nu er een winterse wind giert over Walcheren, trekken we landinwaarts. Ook mooi. We maken een ritje langs de typisch Zeeuwse ringdorpen, vaak niet meer dan een kerk te midden van wat huizen. Neem Grijpskerke. Dat ligt centraal op het eiland, heeft een kleine supermarkt, een kerk en tot onze grote verrassing een ruim eetcafé: In De Gouwe Gheijt. Op een winteravond makkelijk te vinden, het etablissement op de Kerkring baadt in het licht. Om aan de gure wind te ontkomen, stuiven we naar binnen zonder oog te slaan op het krijtbord met de daghap. 

Wat treffen we aan?

Om te beginnen een hoop aandacht van de stamgasten aan de bar. Zodra we binnenstappen, draaien alle hoofden naar de deur. Best spannend. Dit is duidelijk de huiskamer van Grijpskerke. Maar, we voelen ons welkom. De waardin schiet ons tegemoet, jassen worden aangepakt en de biertjes staan snel op tafel. Mijn disgenoot twijfelt over zijn drankkeuze, een Affligem. ,,Als het niet smaakt, krijg je een ander. Dan komt deze niet op de rekening’’, zegt Miriam Kooper, die met haar man Koos dit dorpscafé vorig jaar met Hemelvaart opende. ,,Het pand stond een paar jaar leeg  toen we besloten het te kopen. Het hele dorp is er blij mee. Met ringrijden hebben we hier makkelijk tweehonderd man over de vloer.’’

Gezellig, en hoe zit het met de keuken?

,,Er stond niets meer aan meubilair’’, zegt Miriam, die we af en toe horen meezingen met een gouwe ouwe die bescheiden uit de luidsprekers kabbelt. ,,Geen tafels, geen stoelen. Laat staan bestek of servies.’’ Aanvankelijk serveert het stel alleen drank. De keuken voldoet niet meer aan de eisen van de tijd. Totdat Marjolein de Nooijer langsfietst. Ze is chef-kok en wil liever wat dichter bij huis werken. Er is een klik en al gauw een gloednieuwe keuken. Marjolein werkt zoveel mogelijk met dagverse producten van leveranciers uit de buurt. ,,Alle groenten halen we in Buttinge. De frieten komen van aardappelhandel De Visser in Westkapelle.’’

Dat klinkt goed. Wat eten we?

De kaart biedt een bescheiden aantal vlees-, en visgerechten en voor vegetariërs een kaasfondue. ,,Verder hebben we vandaag casselerrib op een zuurkoolstamppotje met mosterdsaus en rookworst’’, zegt onze gastvrouw. ,,En spekjes.’’ Ondanks deze aanmoediging laten we het varkensvlees voor wat het is. Mijn smaakpapillen staan op vis. Als voorafje kies ik het zeeduo. Op een stoer, donkerbruin, aardewerken bord liggen plakjes gerookte zalm, waaronder stukken zoete, rijpe mango en avocado schuilgaan. Zoet en zout, een goddelijke combinatie. Dan nummer twee van het duo, het garnalenkroketje. Smeuïg van binnen, knapperig van buiten. Jammer dat het rolletje een royale hoeveelheid garnaaltjes mist. Die zijn vast in de vissoep van mijn eetmaatje beland. Wat een goed gevulde kom! Mossels, garnalen, flinke hompen zalm en kabeljauw in een krachtige huisgemaakte visbouillon, stevig op smaak met Pernod en witte wijn.

En daarna?

In eerste instantie neigt mijn tafelgenoot naar de gegrilde diamanthaas. Biefstuk van de voorbout van het rund, niet te verwarren met ossenhaas, wel net zo sappig. Totdat zijn oog valt op schnitzel. ,,Dat is lang geleden!’’ Ik kies de zalmfilet met een saus van venkel, Pernod en dille. De sappige moot gaat schuil onder een krokant korstje met wat korrels grof zout. Een handvol wortels met groene hoedjes ligt half over een bedje van spinazie dat mij nét iets te zout is. In de zurige saus zit een flinke slok Pernod. Wat wil je ook: de keuken staat vlakbij de bar, drank is rijkelijk voorhanden. Tafelgenoot buigt zich over een schnitzel zo groot als de hand van een dijkwerker. Een plak gesmolten kaas, gebakken ui, champignons en spekjes leveren precies dat smaakextraatje dat een schnitzel naturel vaak ontbeert.

Wat eten we toe?

Koos komt ons de hand schudden en vertelt dat er‘niet veel voetbal over de bar komt’, dat het eerder gaat over‘peeën rieje’ of biljarten. Daar willen wij ook wel over meekeuvelen. Voordat we ons tussen de stamgasten begeven, snoepen we van een tompouce van krokant gebakken bladerdeeg met huisgemaakt bolusijs en gezouten karamelsaus. Zo’n zoet nagerecht vraagt om nattigheid. En zo mondt even ‘in de gauwigheid’ wat eten, toch nog uit in een hele avond gezelligheid.

Volledig scherm
© PZC
PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement