Volledig scherm

Gullit: een boegbeeld, mensenmagneet en optimist

Verloren GeneratieRuud Gullit groeide als voetballer uit tot een levend symbool van de jaren 80. Als aanvoerder van het gouden Oranje van 1988 uiteraard, maar ook als activist, zanger, stijlicoon en man van de wereld. Een portret aan de hand van drie ontmoetingen.

Volledig scherm
© Alek/Lumen

Ruud Gullit staat op het podium van een café in Breda. Het is stil, het publiek hangt ademloos aan zijn lippen. Verderop klinkt slechts het gerinkel van wat bierglazen.

,,Vroeger was ik de Zwarte Tulp’’, zegt Gullit, droogjes de zaal in kijkend. ,,Tegenwoordig ben ik meer de Zwarte Pinautomaat.’’

Bulderend gelach stijgt op. Gullit, na drie scheidingen een specialist in alimentaties, vertelt opgewekt verder, slingerend langs anekdotes en verhalen. Dan weer ernstig en serieus, dan weer met een brede grijns, altijd losjes vanuit de pols.

Dit verhaal is onderdeel van onze generatieserie Dit zijn wij. Alle verhalen over de verschillende generaties zijn gebundeld in een boek. Inclusief nog niet vertoonde verhalen. Bestel nu!

Humor

Volledig scherm
© ANP

Het is de pinautomaat-grap die blijft hangen, een oneliner die vanuit de beslotenheid van een Brabants voetbalavondje zal uitgroeien tot een kleine klassieker. Een typische Gullit-grap ook, de man die na zijn privé-sores tijdelijk op een bescheiden flatje in Amsterdam-Buitenveldert is beland, maar die daar zelf best de humor van durft in te zien.

,,Vroeger liep ik misschien op de top van de berg, nu loop ik ergens beneden’’, zegt hij een paar weken later, ernstiger, wanneer hij van een hernia-operatie ligt te herstellen op zijn bank in Amsterdam.

,,Maar dit leven bevalt me eigenlijk veel beter. Als voetballer kwam ik overal, maar ik zag niks. Je hebt altijd mensen om je heen, maar je ontmoet niemand. Nu ontmoet ik elke dag de meest aardige, interessante, boeiende mensen. Bekend of onbekend: dat maakt me he-le-maal niets uit. Ik vind leuke mensen altijd inspirerend.’’

Glorietijd

Volledig scherm
© Hollandse Hoogte / Michael Kooren

Dat had hij als voetballer al. Als Gullit over straat liep in Milaan, in zijn glorietijd, deed hij dat immer met het hoofd omhoog en de rug recht. Marco van Basten en Frank Rijkaard doken liever achter hem weg, Gullit keek iedereen in de ogen.

Op wijlen Johan Cruijff na werd geen Nederlandse voetballer zo’n internationaal icoon als hij. Een levend symbool van de jaren 80, activist tegen het Apartheids-regime in Zuid-Afrika, een boegbeeld met status tot in alle uithoeken van de wereld. En als aanvoerder van het gouden Oranje van 1988: het idool van een complete generatie Nederlanders.

Zelf lijkt hij er amper bij stil te staan. Van Basten walgt soms van de verafgoding die hem ten deel valt, Gullit fladdert er ontspannen voorbij, als iets dat gewoon bij zijn leven hoort. Op het bijzettafeltje naast de bank staan lukraak wat souvenirs uit zijn spelerscarrière, verspreid tussen de familiefoto’s. Een kleine replica van de Europa Cup 1. Een foto met Nelson Mandela.

Jeugdvoetbal

Als we een keer een middagje met Gullit naar voetbal gaan kijken op Varkenoord, bij zijn zoon Max die bij AFC speelt, hecht hij het meest aan het gewone, het alledaagse. ,,Jeugdvoetbal op zaterdagochtend, dat is toch eigenlijk veel mooier dan dat hele profwereldje?’’ vindt Gullit. ,,Zie je dat spitsje daar lopen? Kijk dat linkerbeen. Heerlijk.’’

Van afstand gezien, mag hij dan een fenomeen zijn, van dichtbij is Gullit een vrolijke, onbezorgde, hartelijke Amsterdamse jongen uit de Mercatorbuurt. Geboren als Rudi Dil, als zoon van een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder.

Waar ter wereld hij ook komt, als analist, spreker of beroepsberoemdheid, zodra Gullit ergens binnenkomt, gaat het licht aan. Op een FIFA-congres, in het café, bij een prestigieus golftoernooi, op het Correspondents Diner, bij de broodjeszaak op de hoek.

Grappen

Volledig scherm

Of gewoon op de redactie van de NOS, voorafgaand aan Studio Voetbal. Dan strooit de oud-voetballer het liefst meteen bij binnenkomst al met anekdotes. Grappen. Verhalen over vroeger, van lang geleden of gewoon van eergisteren.

,,Ken je dat verhaal van Barry Hughes en Louis van Gaal?’’ zegt Gullit dan, over zijn oude trainer bij Haarlem. ,,Louis was speler van Sparta, Barry was de trainer. Ze speelden tegen NAC, een heel slechte wedstrijd. Zegt Louis in de rust, boos, op die typische toon van hem: ‘Trainer, het is nú tijd om in te grijpen'."

De clou moet nog komen, maar Gullit begint alvast te schateren. ,,Dus Hughes knikt een keer van ja en zegt tegen Louis: ‘Je hebt helemaal gelijk, jongen. Goed gezien van je. Jij gaat eruit'!’’

Nerveus

De onbezorgdheid van Gullit is altijd een talent op zichzelf geweest. Als jonge voetballer kende hij al geen enkele vorm van nervositeit, zelfs niet voor de grootst denkbare wedstrijden. Waar zijn kamergenoot Carlo Ancelotti ooit urenlang wakker lag voor de halve finale van de Europa Cup 1 tegen Real Madrid, lag Gullit al meteen na het diner te snurken, zonder ook maar een spoortje van stress.

,,Carlo begreep daar niets van’’, aldus Gullit. ,,Dus ik zei tegen Carlo: doe toch gewoon rustig joh. Lekker voetballen straks. Is toch heerlijk? Is toch niets mooiers man.’’

Legendarisch is ook zijn optreden in het Skandinavia-hotel in Oslo, in september 1988. Oranje was net Europees kampioen geworden, Gullit was op de top van zijn roem, en de Amsterdammer had zich laten strikken voor een grote VN-conferentie. Als ambassadeur tegen het Apartheidsregime in Zuid-Afrika zou de voetballer zijn verhaal komen doen.

Bobo

Volledig scherm
© AFP

Gullit ging zitten in de afgeladen lobby in Oslo, keek eens naar alle hoogwaardigheidsbekleders in hun kostuums, naar de diplomaten en de politici, en glimlachte een keer. ,,Ah’’, zei Gullit in de microfoon. ,,It’s bobo-time again.’’

Het vermaarde woord ‘bobo’ had hij hoogstpersoonlijk verzonnen, als subtiele belediging voor alle ijdele bestuurders die altijd om voetbal en voetballers heen hangen. Nu zat er een hele zaal vol bobo’s voor zijn neus. ,,Ach ja, bobo’s zijn overal’’, zei Gullit die dag. ,,Maar soms moet je zaken met ze doen. Het gaat mij om de hoofdzaak: de strijd tegen Apartheid.’’

Gullit kan dat: confrontaties opzoeken, de strijd aangaan, maar tegelijk vrolijk weer doorgaan met waar hij gebleven was. Hij is een anti-politicus, maar weet tegelijk feilloos de weg in de politiek, of het nu op een FIFA-congres is of op een VN-conferentie. Gullit overstijgt alle mores, alle codes, lijkt het wel.

Zwarte Tulp

Hij werd een vriend van Nelson Mandela, zong in de reggaeband Revelation Time, droeg jarenlang rasta’s, had de bijnaam ‘Zwarte Tulp’. Maar toch heeft Gullit zichzelf nooit echt als ‘zwart’ geprofileerd. ,,Ik voel me niet Surinaams, ik ben een Amsterdammer’’, zegt hij altijd. Zijn moeder is zo blank als je maar bedenken kunt.

Een slachtofferrol over racisme gaat hij altijd nadrukkelijk uit de weg. ,,Omdat ik daar zelf niet of nauwelijks last van heb gehad. Ik kon goed voetballen, dat zal zeker geholpen hebben. Maar dat wil niet zeggen dat discriminatie niet bestaat natuurlijk, ik weet dat veel mensen er wél mee te maken krijgen. Ook daarom heb ik me destijds zo ingezet tegen apartheid. Een ideologie die rechtstreeks indruist tegen elke vorm van vrijheid.’’

Toen hij als trainer voor een avontuur koos bij Terek Grozny, in 2011, kwam hem dat op zware kritiek te staan. Waar was Gullit, de idealist gebleven? Hoe kon zo’n grootheid zich laten gebruiken door het foute regime in Tsjetsjenië, nota bene door de beruchte clubeigenaar en oud-militieleider Ramzan Kadirov? ,,Het zal me een zorg zijn’’, zei Gullit daarover. ,,Ik kan het toch niet iedereen naar de zin maken. Ik hou van avontuur. De ervaring van een compleet andere wereld had ik voor geen goud willen missen.’’

Quote

Ik voel me niet Surinaams, ik ben een Amsterdammer

Ruud Gullit

Positivisme

De populariteit van Gullit was niettemin op een dieptepunt in die jaren. Zijn moeizame trainerscarrière speelde daarin ook een rol, zeker in Nederland brokkelde zijn status af. Pas jaren daarna, toen Gullit vrede kreeg met zijn vrije leven als analist en boegbeeld, kantelde dat weer, ook voor zijn eigen gevoel.

Volledig scherm
© ANP

,,Ik voel enorm veel positivisme om me heen’’, aldus Gullit vorig jaar. ,,Mensen zijn zo aardig voor me, niet normaal. Dat doet me goed, daar ben ik eerlijk in.’’

In hetzelfde gesprek vroegen we hem of hij niet veel beter een muur om zichzelf heen had kunnen bouwen, zoals veel beroemdheden doen. Zijn hartelijkheid is soms ook een valkuil, lijkt het. Een reeks van mensen probeerde in de afgelopen decennia een slag uit Gullits beroemdheid te slaan, of ze liftten vrolijk mee op zijn brommer. Had hij niet sceptischer, meer afhoudend moeten zijn?

,,Zo ben ik gewoon niet. Ja, dat heeft ertoe geleid dat ik ook veel mensen heb ontmoet met slechte intenties. Mensen die proberen je te naaien waar je bijstaat, of die gewoon wachten op een moment om je te pakken. Wat dat betreft heb ik wel geleerd, maak ik wat eerder een soort voorselectie. Maar dan nog: al die mensen die wél leuk zijn, zijn me veel meer waard. Als ik een muur om mezelf heen had gebouwd, had ik die allemaal nooit ontmoet. Dus ja. Zeg het maar.’’

Privé

Volledig scherm
© ANP

Onlangs nog liet zijn Italiaanse ex-vrouw Cristina Pensa beslag leggen op zijn KNVB-salaris, dat hij ontvangt nu hij assistent-bondscoach is geworden, als rechterhand van Dick Advocaat. Het is het zoveelste hoofdstuk in zijn boek vol privé-gezanik, vol met rechtszaken en geruzie over alimentaties. Natuurlijk baalt Gullit daar geregeld van, maar nooit te lang. Hij houdt niet van ‘negatieve emoties’. Of zoals hij het zelf op Varkenoord verwoordde langs de zijlijn: als je niet meer naar links kunt, ga je naar rechts.

,,In moeilijke tijden heb je het beste geleefd’’, zegt Gullit. ,,Het gaat erom wat je ermee doet, hoe je eruit komt, wat je ervan leert. Ik ben best wel spiritueel. Ik geloof in het lot, niet in toeval. Klagen helpt je niet. Ik heb een mooi leven, ik ben geridderd in Nederland en onderscheiden in Zuid-Afrika. Daar ben ik trots op.’’

Meer generatieverhalen? Blader door deze speciale tijdlijn