Volledig scherm
Wilbert, Jan en Roel Sandee (vlnr). © Ernesta Verburg

Ook opa helpt graag nog een handje mee

Vroeger was het een vanzelfsprekendheid: als je vader boer was, werd jij ook boer. Maar tegenwoordig is dat zo logisch niet meer. Toch treedt Roel Sandee (22) in de voetsporen van zijn vader en grootvader. Hij runt de schapenboerderij nu met zijn vader. En ook opa helpt nog mee.

Het is stil aan de Domeinplaatweg. Zelfs het gebèèèh in de verre verte is amper te horen. De boerderij van de familie Sandee ligt aan een doodlopend weggetje in de polder van de Schenge, tussen Planketent en Eindewege. ,,Ik weet nog dat ik hier naartoe fietste", vertelt Jan. ,,De wegen rond Wolphaartsdijk kende ik als mijn broekzak, maar hier was ik nog nooit geweest. En toch, toen ik die zondag op dat dijkje stond en uitkeek over de polder, dacht ik: ja, hier zie ik mezelf wel met mijn koeien.”

Jan Sandee (78) komt oorspronkelijk uit Oud-Sabbinge. Zijn ouders hadden er een boerenbedrijf. ,,Vijftien koeien hadden we. Best veel voor die tijd. Het was een fijne jeugd. Kinderen kwamen altijd graag bij ons spelen. We leerden onszelf zwemmen in het Veerse Meer, dat toen nog de Zandkreek heette. Van mijn vader weet ik dat hij altijd bezig was. Ik hielp hem, van jongs af aan. De koeien werden met de hand gemolken en ik was er goed in, dus ik was altijd de pineut.”

Er waren nog twee zussen en een broertje, Rien, van acht jaar jonger. ,,Het idee was dat hij en ik de boerderij later samen zouden voortzetten. Maar toen overleed mijn broer, op zijn negentiende. De ziekte van Weil, ofwel de rattenziekte. In een week was hij weg. Gek genoeg herinner ik me er niet veel van. Het hakte er behoorlijk in, dat weet ik nog, maar we pakten de draad ook weer op. Dat moest, zeker omdat we dieren hadden. Het boerenleven kan hard zijn.”

De boerderij draaide door. En goed ook: het gezin kon er goed van leven. Het was de tijd dat de mechanisatie van de grond kwam. ,,Wij waren de eersten die machinaal gingen melken. We gingen goed met onze tijd mee.”

Toen Jan 20 was, leerde hij zijn vrouw kennen. ,,Op de vergadering van de landbouworganisatie, zeg maar het jaarfeest van de jongerenafdeling. Hanneke kwam van Noord-Beveland, maar niet van een boerderij. Ze was daar met een vriendin. We werden verliefd en we gingen trouwen. Ze ging mee naar Oud-Sabbinge. Mijn vader had een ander huis gekocht, zodat wij op de boerderij konden gaan wonen.”

Het boerenleven was even wennen voor Hanneke. ,,Maar ze genoot van de vrijheid die we er hadden. Al snel kregen we twee kinderen: Wilbert en Lenet. Ze ging er dikwijls mee naar de ponyclub in Wolphaartsdijk. Als klein meisje was ze al gek op paarden.”

Dierenliefde

Wilbert, nu 54, heeft zijn liefde voor dieren niet van een vreemde. Hij was een jaar of zes toen hij een konijn kreeg. En nog een. En nog een. ,,Ik ben ze gaan fokken. Ik had een vaste klantenkring, zeker rond kerst. Ik vond het leuk, die handel. Maar ook het boerenleven. Lekker buiten, helpen hooien, mee op de trekker. Ik was altijd bij mijn vader te vinden.”

Of bij de buurman, die schapen hield. ,,Prachtig vond-ie dat”, vertelt Jan. ,,Toen Wilbert een jaar of veertien was, gaf ik hem twee schapen. Al gauw kwamen er nog vier bij. En het werden er alsmaar meer. Staatsbosbeheer vroeg of wij de dijken wilden onderhouden. Dus er kwamen nóg meer schapen bij. Wilbert handelde er ook in. Altijd bezig, die jongen. Ook met brommers. Van wie hij die handelsgeest heeft, geen idee.”

Begin jaren tachtig braken tropenjaren aan. Als gevolg van de ruilverkaveling moest er plaats gemaakt worden in Oud-Sabbinge. ,,Via via werd ik gewezen op dit plekje, in ‘s Heer-Arendskerke. Ik ging kijken en ik zag het wel zitten. In Oud-Sabbinge had ik al mijn percelen her en der in de polder. In de winter moest ik altijd met alle koeien over de wegen. Maar hier lag alles bij de boerderij. En het was veel groter.”

Eindelijk kon Jan zijn bedrijf uitbreiden. Van twintig naar vijfenzestig koeien. ,,Maar net toen de nieuwe schuur stond, werd het melkquotum ingevoerd. De uitbreiding werd afgeblazen. Alles heb ik geprobeerd om het toch voor elkaar te krijgen. Tot het Gerechtshof in Den Haag aan toe. Maar niets hielp.”

En de grootste klap moest toen nog komen: Hanneke bleek ongeneeslijk ziek. ,,Twee jaar na de verhuizing is ze overleden”, vertelt Jan. ,,Ze was pas 42.”

Wilbert was achttien toen hij zijn moeder verloor. Hij ging indertijd naar de landbouwschool. Jan heeft hem nooit weerhouden van het idee om ook boer te worden. ,,Wilbert was juist één van de redenen dat ik het bedrijf heb willen verhuizen. We zouden het met zijn tweeën gaan voortzetten. Die hele toestand met het melkquotum zijn we redelijk doorgekomen. Omdat we ruimte over hadden, hebben we er vleeskoeien bij gezet. Blonde d’Aquitaines. En we hadden ook nog wat akkerbouw. Graan, bieten, zo nu en dan aardappelen. De schapen niet te vergeten. Het ging goed, maar we zagen wel dat we er niet allebei een fatsoenlijke boterham uit zouden halen.”

Knecht

In diezelfde tijd stapte de buurman, van vijfhonderd meter verderop, op Wilbert af. Of die niet ook voor hem kon komen werken. ,,Drie dagen in de week. Trekkerwerk. Als knecht zeg maar, agrarisch medewerker of hoe je het ook noemen wil. Die drie dagen werden er al gauw vijf. En dan werkte ik ook nog hier, met mijn vader.”

Inmiddels was ook Wilbert getrouwd. Met Elvira, die zelf is opgegroeid op een boerderij in Nisse. ,,Vlak in de buurt, zou je denken, maar we hebben elkaar ontmoet in discotheek Discolove in Kloosterzande”, vertelt zij. ,,Daar ging je in die tijd op zondag naartoe, met het pontje van Kruiningen naar Perkpolder.” Na hun trouwen werden twee zonen geboren: Roel en Tim.

Wilbert bleef werken bij de buurman, maar ook de boerderij met zijn vader draaide door. Er kwamen steeds meer schapen, maar de koeien gingen weg. ,,Het was of uitbreiden of ermee stoppen”, vertelt Jan. ,,We kozen voor het laatste. Geen gemakkelijk besluit als je je leven lang tussen de koeien hebt gelopen. Ik zie ze nog wegrijden.”

Vlak na de verandering volgde weer een besluit: Wilbert en Elvira zouden met hun gezin op de boerderij gaan wonen, voor opa werd een mooi huisje gevonden in het dorp. Het was een flinke stap, vertelt Elvira. ,,We zaten voortaan overal ver vandaan. De jongens moesten gaan fietsen, en ver ook. En Wilbert was altijd aan het werk, dus ik heb ze heel wat keren weggebracht en opgehaald.”

Roel en Tim waren geen doorsnee boerenzonen: liepen als kind graag met opa tussen de schapen, maar trokken bij thuiskomst niet automatisch een overall aan. Tim bracht zijn vrije tijd liever door op het voetbalveld. Roel had een hekel aan leren, wist niet wat hij wilde. Tot hij toch maar naar de landbouwschool ging. Elvira: ,,Voor het eerst in zijn hele leven kwam hij met hele verhalen thuis. We wisten niet wat we meemaakten.”

Opa Jan vond het wel mooi, dat ook zijn kleinzoon boer wilde worden. ,,Maar ik had ook zorgen. Je ziet de schaalvergroting doorzetten. Hoe moet dat hier, met dit kleine stukje land? Vroeger leefde je met een gezin van tien hectare. Nu red je het al niet meer met vijftig. Met al die machines is er ook steeds minder werk.”

De liefde voor landbouw is bij Tim nooit gekomen: hij is mediavormgeving gaan studeren. Hij baalt er wel eens van als aan tafel wéér een discussie losbarst over het nut van ploegen. Roel, inmiddels 22, zit in het maatschap met zijn vader. Maar hij laat zich ook inhuren door andere boeren, net als zijn vader. ,,Zo pik ik overal dingen op om van te leren. Opa vertelt wel eens over vroeger, toen je met een groep mensen het land op ging. Hij heeft zelfs nog met paarden gewerkt. Prachtige verhalen. Maar ik vind die moderne techniek ook mooi. Een trekker is een rijdende computer geworden. Als boer ben je tegenwoordig procesoperator.”

En de boerderij, dat is vandaag de dag een bedrijf in een web van regels en wetten. Jan is blij dat hij dat niet meer hoeft mee te maken. Toch constateert hij tevreden dat het goed gaat met het bedrijf dat hij ooit is begonnen. ,,Ik kom nog elke dag kijken. Er is altijd wel wat te doen. Ik heb zo mijn vaste looprondjes. Veel is veranderd. Maar heel veel dingen zijn ook gewoon hetzelfde gebleven.”

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Brexit
    PREMIUM
    column maikel harte

    Brexit

    Het was een tijdje onder sommige politici best populair om te roepen dat je de EU maar beter kon verlaten. Niet alleen in Nederland, maar in meer Europese landen. Door het aantrekken van de economie en natuurlijk vooral door dat gedoe in Groot-Brittannië is het nauwelijks nog een issue. De Brexit is uitgelopen op een farce. Het enige leuke eraan is dat de voorzitter van het Britse Lagerhuis John Bercow met zijn charismatische manier van voorzitten hilarische televisie oplevert.