Volledig scherm
Don Boonzaier is veel bezig met hoe hij eruitziet. ,,Toen ik jong was, keken ze tegen me op omdat ik altijd goed gekleed was.’’ © Maartje Brockbernd

Don schrijft een boek over zijn levensverhaal: ‘Je wordt een dagje ouder, nu kan het nog’

VAN DE STRAATFotograaf Maartje Brockbernd en verslaggever Robin Nanninga lopen wekelijks iemand tegen het lijf. Deze keer kwamen ze indorocker Don Boonzaier (74) tegen op de Sarisgang in Dordrecht.

,,Op hele jonge leeftijd, in 1950, ben ik naar Nederland gekomen. Ik kom uit Indonesië, uit een gezin met vier zusters en een broer. Ik ben de een-na-jongste. Ik heb mijn jeugd in Nederland als heel prettig ervaren.

Om mijn cultuur door te geven, ben ik een boek aan het schrijven. Het wordt een levensverhaal dat ik aan mijn kinderen hoop te geven. Ik heb drie zoons en zes kleinkinderen. Ik heb een hoop te vertellen. Over mijn korte tijd in Indonesië, wie mijn ouders waren, waarom ze uit Indonesië weggingen. Ik heb een tijdje geleden op Facebook al episodes gezet. Ik kreeg complimenten over hoe mooi ik mijn ouders memoreerde. Dat ik zo dankbaar ben dat wij hier zijn gekomen.

Ik vind het leuk om te schrijven. Nu kan het nog. Je wordt een dagje ouder, vergeetachtig. Ik kan het boek gelukkig completeren met documenten en foto’s… van al mijn vriendinnen van vroeger. Nee hoor!’’

Eigen cultuur

,,Indische jongens keken naar blonde meisjes en Hollandse jongens naar Indische meisjes. Ik heb veel vriendinnen gehad, hoe blonder hoe mooier. Uiteindelijk ben ik toch getrouwd met iemand van mijn eigen cultuur. Niet alleen omdat ze bloedmooi is, ook het lekkere eten was een belangrijke factor. We zijn meer dan vijftig jaar getrouwd.

De Indische cultuur is ook muziek. Zelf speel ik piano, vroeger heb ik een tijdje gedrumd in een schoolbandje. Bovenal doe ik aan dansen. Ik heb demonstraties indorock gegeven. Wij kennen de Indische jive, die is voortgekomen uit de rock-'n-roll. Alleen is het niet zo dat we met elkaar gooien. We doen het heel beschaafd.

Of ik veel bezig ben met hoe ik eruitzie? O jee, ja. Toen ik jong was, keken ze tegen me op omdat ik altijd goed gekleed was. Als je op je werk komt in een spijkerbroek, dan is dat gekleed. Maar in kostuum keken ze je toch anders aan. Iedereen moet dragen waar hij of zij zich goed bij voelt. Ik voel me prettiger in een schoon hemd.’’

Bekijk eerdere ontmoetingen in Van De Straat in het dossier.

Volledig scherm
Maartje Brockbernd (links) en Robin Nanninga (rechts). © Ilse van Driel

Elke ochtend up-to-date met het laatste nieuws uit Dordrecht en omstreken? Schrijf je hier in!