Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Genen

We stonden deze week samen aan de kassa van de bouwmarkt. De zestiger keek me aan en knikte, als een vorm van herkenning. Het duurde niet lang of hij vroeg of ik familie was van al die oud-voetballers. Ja, zei ik, u doelt op mijn vader en mijn ooms. ,,Dat waren nog eens tijden'', zei de meneer. ,,Ik weet nog dat jouw vader trainer was van Sluiskil en een paar ooms van je in dat elftal speelden. Ik ben eens naar Sluiskil-Hontenisse geweest, er stond 2200 man langs de lijn. Dat maak je nu niet meer mee.''

Zulke gesprekken zijn altijd wel leuk. Oude tijden herleven dan, al is het maar heel kort. Ik ben letterlijk opgegroeid op het voetbalveld, had altijd een bal bij me en mijn vader moet kort na de geboorte hebben gedacht: dit wordt een voetballer. Dat gevoel veranderde bij mijn allereerste training, als jong ventje. Ik vond het helemaal niks, op de terugweg zat ik huilend op de achterbank. Een jaar later wilde ik wél graag op voetbal, net als mijn vriendjes. Schijnbaar zit het toch in de genen.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Een oorkonde voor het baren van nageslacht
    PREMIUM

    Een oorkonde voor het baren van nageslacht

    Wilde gok, volgende voorstel van Baudet: Nederland voert het Moederkruis in. Bij elk vierde, zesde en achtste kind krijgt moeders een ‘Erekruis van de Nederlandse Moeder’ uitgereikt in bronzen, zilveren dan wel vergulde uitvoering. Plus oorkonde. Als dank voor het baren van nageslacht en het aldus zuiver houden van het Nederlandse volk. Want als er maar genoeg Nederlandse kindertjes komen, hebben we die import niet meer nodig. En staat om 6 uur het eten klaar.

Columns