Joshua Zirkzee (rechts).
Volledig scherm
Joshua Zirkzee (rechts). © AFP

Deze CL-records staan nog in de wachtkamer door corona

De coronacrisis bracht zelfs de Champions League tot stilstand. Het had zo mooi kunnen zijn. Een verrassende winnaar of toch weer Real Madrid? En zou Ronaldo weer een record pakken? Waarschijnlijk zullen we het nooit weten. Deze site zette enkele nog te evenaren records op een rij.

Door Nik Kok

Vanzelfsprekend lagen er weer records in het verschiet voor Cristiano Ronaldo en Lionel Messi. Had Ronaldo met Juventus de finale gehaald (de heenwedstrijd tegen Olympique Lyon ging evenwel verloren met 1-0) dan zou hij recordhouder worden wat betreft het aantal gespeelde finales (6). Maar Barcelona was ook nog niet uitgeschakeld. Bij een finaleplaats had Lionel Messi de kans om het aantal finalegoals van Ronaldo te evenaren (4 om 2).

Maar hoe het seizoen ook eindigt: Ronaldo blijft koning Champions League natuurlijk met de meeste eindzeges, de meeste doelpunten en de meeste topscorerstitels. Werk aan de winkel slechts was er voor hem wat betreft het aantal goals per wedstrijd. Dat record hebben Messi en Luiz Adriano nog in handen (5 goals).

Cristiano Ronaldo in actie tegen Lucas Tousart van Lyon.
Volledig scherm
Cristiano Ronaldo in actie tegen Lucas Tousart van Lyon. © REUTERS

 Gattuso

Barcelona had het eigen record van thuiswedstrijden zonder nederlaag kunnen aanscherpen. Met de wedstrijd tegen Napoli in het vooruitzicht stond dat aantal op 35 wedstrijden. Napoli was niet echt kanshebber voor de uiteindelijke titel natuurlijk maar trainer Gennaro Gattuso had zich bij Champions League-winst wel bij een illuster duo kunnen voegen. De Italiaan won de titel al als speler van Milan. Alleen Zinedine Zidane en Frank Rijkaard lukte het eerder (Champions League gerekend vanaf 1993) om als speler én trainer de titel te winnen.

Lewandowski viert feest na zijn goal.
Volledig scherm
Lewandowski viert feest na zijn goal. © BSR Agency

Robert Lewandowski was op weg om ervoor te zorgen dat de topscorerstitel Champions League voor het eerst sinds 2006-2007 een keer niet naar Ronaldo of Messi zou gaan. Met elf doelpunten was de Poolse Bayern-spits goed op weg. (Ronaldo en Messi met elk twee goals op grote achterstand achterlatend). In 2007 werd Kaká nog topscorer terwijl diens landgenoot Neymar er in 2014-2015 evenveel doelpunten als het illustere tweetal maakte. Lewandowski had ook grote kans om dit seizoen te stijgen op de ranglijst van doelpuntenmakers allertijden in het toernooi. Samen met Real Madrid-spits Karim Benzema (die ook nog actief was) staat hij op 64 doelpunten en daarmee op de gedeelde vierde plek.

De Nederlandse spits Joshua Zirkzee was een mogelijke vervanger geweest van Robert Lewandowski geweest. En had Zirkzee direct geprofiteerd van de blessure die Lewandowski recent parten speelde dan had hij zich kunnen voegen bij een aardig rijtje van jonge, Nederlandse doelpuntenmakers in de Champions League. Alleen Nigel de Jong, Patrick Kluivert, Nordin Wooter, Kiki Musampa en Arjen Robben waren dan jonger geweest dan zijn achttien jaar en negen maanden. Zirzkee stond al op de veertiende plaats als het gaat om jongste, debuterende Nederlanders in het hoofdtoernooi.

Atalanta

Het Atalanta van Marten de Roon en Hans Hateboer beleefde natuurlijk al een Champions League-seizoen om nooit te vergeten. En dat terwijl de Italianen dit seizoen zelfs debuteerden. Alleen in de jaren negentig toen het toernooi net was opgericht lukte het clubs om de Champions League te winnen in hun debuutjaar (waaronder Ajax in 1995). Zo ver was het waarschijnlijk niet gekomen maar een plekje als debuterende verrassing in het rijtje van Villarreal (halve finale in 2005-2006) en Leeds United (2000-2001) was mogelijk geweest.

Zinedine Zidane bevond zich met zijn Real Madrid in een moeilijke positie na de thuisnederlaag tegen Manchester City (2-1). Was het de Franse trainer gelukt om zijn spelers alsnog langs City te loodsen dan was hij op weg naar een uniek record. Geen enkele oefenmeester lukte het namelijk om de Champions League vier keer te winnen. Het lukte Zidane als enige al drie keer achter elkaar (2016, 2017 en 2018). Carlo Ancelotti (met AC Milan en Real Madrid) won de prijs ook al drie keer.