Volledig scherm
Edwin van der Sar en zoon Joe poseren met de Champions League-beker in Moskou. © EPA

De vijftien Europese finales tussen clubs uit hetzelfde land

VideoArsenal en Chelsea strijden woensdag 29 mei in Bakoe om de Europa League, op zaterdag 1 juni staan Liverpool en Tottenham Hotspur tegenover elkaar in de Champions League-finale in Madrid. Het is voor het eerst dat de finales van beide Europese clubtoernooien tussen clubs uit hetzelfde land gaan, maar er waren al vaker Europese finales tussen clubs uit hetzelfde land. Een overzicht.

1972: Tottenham Hotspur - Wolverhampton Wanderers (finale UEFA Cup)

De eerste Europese finale tussen clubs uit hetzelfde land was in 1972. Tottenham Hotspur won dat jaar de UEFA Cup ten koste van Wolverhampton Wanderers. De heenwedstrijd op Molineux werd met 1-2 gewonnen, de return op White Hart Lane eindigde in 1-1. 17 van de 22 basisspelers kwamen destijds uit Engeland. De overige vijf kwamen uit Ierland, Schotland en Wales. 

1980: Eintracht Frankfurt - Borussia Mönchengladbach (finale UEFA Cup)

Acht jaar later opnieuw een UEFA Cup-finale met teams uit hetzelfde land, nu uit Duitsland. De heenwedstrijd in het Bökelbergstadion werd met 3-2 gewonnen door Borussia Mönchengladbach, de return in het Waldstadion in Frankfurt eindigde in 1-0. Eintracht Frankfurt won de UEFA daardoor op basis van meer gemaakte uitgoals. Slechts vier van de 22 spelers waren niet Duits: Bruno Pezzey, Cha Bum-kun, Christian Kulik en Carsten Nielsen. De bekendste Duitse namen in die finale waren Bernd Hölzenbein, Lothar Matthäus en Ewald Lienen.

1990: Juventus - Fiorentina (finale UEFA Cup)

Tien jaar later volgde een Italiaans onderonsje in de UEFA Cup-finale. Juventus won in de heenwedstrijd in het Stadio Comunale in Turijn met 3-1 van Fiorentina, dat twee weken later in de return in Florence niet verder kwam dan een 0-0. De vier spelers die niet uit Italië kwamen in die finales waren Dunga, Lubos Kubik, Sergej Aleinikov en Rui Barros.

1991: Internazionale - AS Roma (finale UEFA Cup)

Een jaar later volgde opnieuw een Italiaanse UEFA Cup-finale. Internazionale won de heenwedstrijd in Milaan met 2-0 door goals van Lothar Matthäus en Nicola Berti. AS Roma kwam twee weken later in de return in Stadio Olimpico niet verder dan een 1-0 zege door Ruggiero Rizzitelli. Er stonden in deze finales zestien Italianen, vijf Duitsers (Andreas Brehme, Lothar Matthäus, Jürgen Klinsmann, Thomas Berthold, Rudi Völler) en een Braziliaan (Aldair) op het veld. 

1995: Parma - Juventus (finale UEFA Cup)

Vier jaar later opnieuw een Italiaans treffen in de UEFA Cup. Parma won de heenwedstrijd in het knusse Stadio Ennio Tardini met 1-0 door een goal van Dino Baggio. Juventus speelde de return vervolgens in San Siro en dus niet in Turijn, maar kwam daar niet verder dan een 1-1 gelijkspel. Gianluca Vialli opende de score, maar Dino Baggio scoorde opnieuw namens Parma. Robert Jarni, Paulo Sousa, Fernando Couto, Roberto Sensini en Faustino Asprilla waren de enige ‘buitenlanders’ in deze finales. Een maand later won Juventus in de finale van de Coppa Italia wel van Parma.

1998: Internazionale - Lazio (finale UEFA Cup)

De jaren negentig waren goede jaren voor de Italiaanse clubs, want ook in 1998 stonden er twee clubs uit de Serie A tegenover elkaar in een Europese finale. Internazionale en Lazio kruisten de degens in de eerste UEFA Cup-finale die over één wedstrijd én op neutraal terrein werd gespeeld. De Italiaanse fans reisden af naar het Parc des Princes in Frankrijk. Een reis waar de Inter-fans het meeste plezier aan zouden beleven. De Nerazzurri, met onder anderen Aron Winter, Diego Simeone en de Braziliaanse Ronaldo klopten de Romeinen (met Alessandro Nesta, Pavel Nedved en Roberto Mancini) met 3-0 door goals van Iván Zamorano, Javier Zanetti en Ronaldo.

2000: Real Madrid - Valencia (finale Champions League)

De eerste keer dat de finale van het belangrijkste Europese toernooi tussen twee clubs uit hetzelfde land ging, was in 2000: Real Madrid en Valencia stonden in het Stade de France tegenover elkaar. Door goals van Fernando Morientes, Steve McManaman en Raúl was het Real Madrid dat voor de achtste keer de Cup met de Grote Oren omhoog mocht houden.

Volledig scherm
Iker Casillas na de gewonnen Champions League-finale tegen Valencia op 24 mei 2000. © anp

2003: AC Milan - Juventus (finale Champions League)

Na de Italiaanse onderonsjes in de UEFA Cup-finales was het in 2003 voor het eerst dat twee Italiaanse clubs tegenover elkaar stonden in de finale van het miljardenbal. AC MIlan en Juventus hadden strafschoppen nodig om tot een beslissing te komen. Strafschoppen die beter door AC Milan werden genomen. Ondanks een misser van Clarence Seedorf won de Rossoneri. Met dank aan missers van David Trezeguet, Marcelo Zalayeta en Paolo Montero namens het Juventus van Edgar Davids.

2007: Sevilla - RCD Espanyol (finale UEFA Cup)

In 2007 was Sevilla op Hampden Park in Glasgow na strafschoppen te sterk voor RCD Espanyol uit Barcelona. Adriano en Albert Riera scoorden in het eerste halfuur, Frédéric Kanouté en Jônatas deden dat in de verlenging. Sevilla won vervolgens met 3-1 na strafschoppen. Andrés Palop pakte drie penalty's, terwijl de 22-jarige linksback Antonio Puerta de vierde strafschop namens Sevilla maakte. Drie maanden later overleed hij na een hartaanval op het veld tijdens Sevilla - Getafe bij de start van het nieuwe seizoen. 

2008: Manchester United - Chelsea (finale Champions League)

Manchester United won in 2008 op een regenachtige avond in Moskou na strafschoppen met 6-5 van Chelsea, nadat Cristiano Ronaldo en Frank Lampard in reguliere speeltijd hadden gescoord in Luzhniki. Cristiano Ronaldo miste zijn penalty, maar vervolgens schoot John Terry tegen de paal en keerde Edwin van der Sar de strafschop van Nicolas Anelka.

Volledig scherm
Edwin van der Sar pakt de penalty van Chelsea-aanvaller Nicolas Anelka. © EPA

2011: FC Porto - Sporting Braga (finale Europa League)

De UEFA Cup veranderde in 2009 in de Europa League, maar al in de tweede editie was er direct een finale met twee clubs uit hetzelfde land. FC Porto stond in het Aviva Stadium in Dublin tegenover Sporting Braga, een finale dus tussen twee clubs die slechts 40 kilometer van elkaar vandaan liggen in het noorden van Portugal. FC Porto won in de Ierse hoofdstad met 1-0 door een goal van de Colombiaanse spits Radamel Falcao. Slechts vijf van de 27 spelers die in deze finale speelden, kwamen uit Portugal. Er deden twaalf Brazilianen mee in Dublin. 

Volledig scherm
Radamel Falcao juicht na zijn winnende goal tegen Sporting Braga. © AP

2012: Atlético Madrid - Athletic Bilbao (finale Europa League)

Een jaar later volgde een Spaanse finale, tussen Atlético Madrid en Athletic Bilbao. Tienduizenden Spaanse fans reisden af naar Boekarest, al vlogen er ook honderden niet zo slimme Spanjaarden naar Boedapest. Atlético Madrid won de finale met 3-0, door twee goals van Radamel Falcao en eentje van de Braziliaan Diego Ribas. Bij Atlético vier Spanjaarden in de basis, bij Athletic uiteraard alleen maar Basken. 

Volledig scherm
Een jaar later schitterde Radamel Falcao opnieuw in de Europa League-finale, nu namens Atlético Madrid. © EPA

2013: Bayern München - Borussia Dortmund (finale Champions League)

Een jaar later weer een finale tussen teams uit hetzelfde land, nu voor de tweede keer in de Champions League. Bayern München won op een volgepakt Wembley met 2-1 van Borussia Dortmund, toen nog onder leiding van Jürgen Klopp. Arjen Robben maakte in de 89ste minuut de winnende goal met een subtiel tikje voorbij Roman Weidenfeller. 

Volledig scherm
Arjen Robben met de Champions League in 2013. © ANP

2014: Real Madrid - Atlético Madrid (finale Champions League)

Voor het vierde jaar op rij een finale tussen clubs uit hetzelfde land. Nu zelfs voor het eerst tussen twee clubs uit dezelfde stad. De spelers en supporters van Real Madrid en Atlético Madrid mochten op 24 mei 2014 in Lissabon (600 kilometer ten westen van Madrid) gaan strijden om de Champions League. Atlético Madrid had de winst bijna binnen door een goal van Diego Godín, maar in de 94ste minuut kopte Sergio Ramos de gelijkmaker nog tegen de touwen. In de verlenging won Real Madrid vervolgens met 4-1 door goals van Gareth Bale, Marcelo en Cristiano Ronaldo. 

Volledig scherm
Sergio Ramos kopt in de 94ste minuut raak en sleept er nog een verlenging uit in Lissabon. © Pim Ras Fotografie

2016: Real Madrid - Atlético Madrid (finale Champions League)

Twee jaar later kon Atlético Madrid revanche nemen op Real Madrid, nu in San Siro in Milaan. Nu opende Sergio Ramos de score al na een kwartier, waarna de gelijkmaker van Yannick Carrasco in de 79ste minuut opnieuw voor een verlenging zorgde tussen de rivalen uit Madrid. Het kwam nu aan op strafschoppen. Real Madrid won met 5-3, nadat Atlético-rechtsback Juanfran als enige speler niet scoorde vanaf elf meter. 

Volledig scherm
Cristiano Ronaldo en Zinedine Zidane vieren de zege. © Getty Images
Volledig scherm
Juanfran is kapot van zijn misser in de penaltyserie. © Getty Images