Volledig scherm
PREMIUM
© REUTERS

Champions League zelden zo spectaculair: telkens weer op het puntje van je stoel

Ajax - Tottenham en Liverpool - Barcelona bevestigden deze week een trend: topvoetbal in de knock-outfase van de Champions League is aantrekkelijker dan ooit. En geregeld ook meer onvoorspelbaar in de uitslagen. Hoe komt dat?

Door Maarten Wijffels

De blik van Luis Suárez dinsdagavond op Anfield na wéér een goal van Liverpool was goud in al zijn rauwe oorspronkelijkheid. De spits van Barcelona bleef maar schudden met zijn hoofd, totaal ontredderd. Suárez kon niet bevatten dat een zeker lijkende finaleplaats nog in rook dreigde op te gaan. Dezelfde emotie, maar dan omgekeerd bij Spurs-coach Mauricio Pochettino. Die huilde een dag later dikke tranen bij de waanzinnige veerkracht die zijn spelers toonden door in geslagen positie alsnog van Ajax te winnen.

Dit is de week dat het voetbal viert dat het leeft als nooit tevoren. Akkoord, fans van Ajax en Barcelona kan het even gestolen worden, maar wie genoot er niet van de totale overgave waarmee werd gestreden? Van de totale onvoorspelbaarheid ook in uitslagen?

Valt het te verklaren dat geen enkele ploeg twee duels kon controleren? Oók al niet in de vorige knock-outronde, met toen onder meer die knaller van een return tussen Manchester City en Spurs met vijf goals in amper twintig minuten.