Volledig scherm
© anp

Veroordeelde jihadist krijgt Nederlanderschap niet terug

Een 21-jarige man uit Amsterdam die na zijn veroordeling voor jihadistische terreurdaden zijn Nederlanderschap is kwijtgeraakt, krijgt die vooralsnog niet terug.

De bestuursrechter in Amsterdam gaat niet in op zijn verzoek om de intrekking op te schorten totdat er een definitief besluit is genomen over zijn Nederlanderschap, zo bleek vandaag uit het vonnis. Dat betekent dat hij kan worden uitgezet.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vorig jaar zijn Nederlanderschap ontnomen, maar de man ging daartegen in beroep. Hij wil zijn Nederlanderschap niet kwijt, omdat hij dan terug moet naar Marokko, waar zijn ouders vandaan komen en waarvan hij ook de nationaliteit heeft.

De man heeft daar niets en denkt dat hij daar gevaar loopt als veroordeelde jihadist. Hier heeft hij werk en een vrouw en probeert hij weer op de rails te komen, zei hij op de zitting.

  1. Johan Jansen hoort er eigenlijk niet meer te zijn: ‘ik ben de nul procent’

Johan Jansen reist door zijn ongeneeslijke ziekte de wereld over ‘het opende mijn ogen’

Johan Jansen leeft al jaren in de strafschoppenfase van zijn leven: ‘ik heb geluk gehad’

Nul procent van de mensen met beenmergfibrose is er nog na 25 jaar, behalve Johan
    PREMIUM
    Ik heb geleefd

    Johan Jansen hoort er eigenlijk niet meer te zijn: ‘ik ben de nul procent’ Johan Jansen reist door zijn ongenees­lij­ke ziekte de wereld over ‘het opende mijn ogen’ Johan Jansen leeft al jaren in de strafschop­pen­fa­se van zijn leven: ‘ik heb geluk gehad’ Nul procent van de mensen met beenmergfi­bro­se is er nog na 25 jaar, behalve Johan

    Annemarie Haverkamp praat met mensen over hun leven en het einde dat nadert.Johan Jansen (76) vergelijkt zijn leven met een voetbalwedstrijd. De verlenging heeft hij al lang uitgespeeld, nu zit hij in de strafschoppenfase. Jansen wil graag zijn verhaal vertellen, omdat hij een boodschap heeft. ‘Als ik straks dood ben, moeten de mensen echt niet met lange gezichten naar mijn begrafenis komen’