Volledig scherm
De Japanse zeepbelslak (Haminoea japonica) is een van de vier nieuwe soorten. © Marco Faasse

Japanse zeepbelslak nestelt zich in Nederland: 'Uitzonderlijk'

De Japanse zeepbelslak heeft zich in de Nederlandse wateren gevestigd. Dat melden de Nederlandse Malacologische Vereniging en Stichting Anemoon via de website Naturetoday.com. Ook de Aziatische mossel, de samengedrukte erwtenmossel en de gevlekte grasslak zijn dit najaar toegevoegd aan de Nederlandse faunalijst. Dat er in korte tijd meerdere nieuwe soorten bij komen is uitzonderlijk.

Het aantal soorten weekdieren breidt zich met een slakkengangetje uit, daarmee doen ze hun naam eer aan. Maar dat is ook de reden dat duikers slechts soms niet eerder geziene soorten ontdekken.

Van de zeepbelslak (Haminoea) werden in juni van dit jaar opeens duizenden exemplaren waargenomen in het Veerse Meer bij Wolphaartsdijk. Nederland heeft geen inheemse zeepbelslakken. Groot-Brittannië en Frankrijk wel, maar die bleken het niet te zijn. ‘De ‘hazenoren’ van de gevonden soort zijn langer dan bij de Europese soorten en ook de tandjes op de rasptong (radula) in de mond van het dier zijn anders’, melden de deskundigen.

Overleven

De slakken blijken een niet-Europese soort, die eind vorige eeuw in Europa terecht is gekomen in Italië, Spanje en Frankrijk. Deze soort is beter bestand tegen lage wintertemperaturen en kan in Nederland overleven. Het weekdier dankt zijn naam aan het oorspronkelijke gebied waar hij vandaan komt: Oost-Azië, Japan en omstreken.

De Japanse Zeepbelslakken hebben een dun, bol opgeblazen slakkenhuis. De mondopening is groot, wordt naar boven smaller en beslaat de hele hoogte van het huisje. Het lichaam is zo groot dat het dier zich niet volledig kan terugtrekken in de schelp. De schelp is bij levende dieren vrijwel kleurloos, leeg gevonden schelpen zijn vuilwit of soms wat hoornachtig bruin. De dieren zelf zijn overwegend bruinachtig, met donkere en lichte vlekjes. De twee ogen boven op de kop liggen in een ongepigmenteerd veld. Aan de achterzijde van de kop rusten twee lange, platte kopaanhangsels als ‘hazenoren’ op de schelp.

Massaal eipakketjes leggen

Dat deze Japanse soort nu plotseling in hoge aantallen is ontdekt heeft volgens de Nederlandse Malacologische Vereniging en Stichting Anemoon te maken met de voortplanting. ,,Ze trekken daarvoor waarschijnlijk naar ondieper water en leggen daar massaal eipakketjes op wieren en andere steviger ondergronden."

Mogelijk leeft de Japanse zeepbelslak al langer in Nederland. In 2014 werden door een lid van de Nederlandse Malacologische Vereniging al eens twee stukjes van een schelp van een zeepbelslak gevonden aan de buitenkant van de Brouwersdam, waarmee de Grevelingen afgedamd is. 

Het is niet bekend hoe deze soort in Nederland terecht is gekomen.

Volledig scherm
De Japanse zeepbelslak. Links: detail kopgedeelte met bij de pijlen de lange platte kopaanhangsels die bij het kruipen naar achteren steken en op de schelp rusten ('hazenoren'). Rechts: schelp met een hoogte van elf millimeter. © Marco Faasse