Volledig scherm
De familie Alhariri bestaat uit Syrische vluchtelingen, ze wonen nu in Etten-Leur. © arie kievit

Asielzoeker lang in bijstand, alleen Afghaan vindt relatief snel werk

Asielzoekers komen maar mondjesmaat aan het werk. Van de mensen die al 1,5 jaar een verblijfsvergunning hebben, is slechts 4 procent aan de slag. Van de mensen die zo’n papiertje al 2,5 jaar op zak hebben, is het 11 procent. Dat blijkt uit een CBS-onderzoek dat vandaag verschijnt.

Volledig scherm
Houssam Mousa is dolblij met zijn huurwoning in IJmuiden. © Olaf Kraak

De branches waarin voormalige vluchtelingen terechtkomen, zijn niet verrassend: zo’n 36 procent krijgt binnen 2,5 jaar een baan in de horeca en zo’n 24 procent verdient zijn centen in het uitzendwerk. Meestal gaat het dan wel om deeltijdwerk of om een 'contract voor bepaalde tijd'.

Er zijn wel opvallende onderlinge verschillen. Zo heeft bijna 29 procent van de Afghanen na 2,5 jaar al werk en geldt dat maar voor 6 procent van de Eritreeërs. 
Dat de Afghanen eruit springen heeft volgens Martijn van der Linden (Vluchtelingenwerk Nederland) te maken met hun relatief hoge opleidingsniveau én het simpele feit dat ze vaak al eens eerder afgewezen zijn voor een verblijfsvergunning. ,,Ze wonen verhoudingsgewijs langer in Nederland en zijn meer ingeburgerd.’’

Leefgeld

Het CBS concludeert dat zo’n 90 procent van de asielzoekers 1,5 jaar na het krijgen van hun verblijfsvergunning nog afhankelijk is van een uitkering. En zo’n 84 procent leunt na 2,5 jaar nog steeds op de bijstand. In de azc’s ontvangen vluchtelingen nog geen uitkering maar zogeheten ‘leefgeld’.

Dat zo weinig statushouders zelf de kost verdienen, noemt Tanja Traag van het CBS ‘niet verrassend’. ,,Je zou deze cijfers zelfs positief kunnen bekijken, want deze groepen komen met een flinke tot enorme achterstand op de Nederlandse arbeidsmarkt terecht: ze beheersen de taal niet, moeten de cultuur leren kennen en eventuele diploma’s laten omzetten.’’

Eerste beste baantje

Ook Van der Linden (Vluchtelingenwerk) benadrukt dat de groep die brood op de planken brengt ‘een knappe prestatie’ levert. ,,Je moet bedenken dat mensen vaak nog vrij lang in een azc zitten en hun leven pas echt kunnen beginnen als ze hun inburgeringslessen hebben georganiseerd, een eigen woning hebben en allerlei praktische zaken als verzekeringen hebben geregeld.’’

Volgens Vluchtelingenwerk moeten gemeenten statushouders vooral niet te veel pressen om maar het eerste beste baantje te nemen. ,,De ervaring leert dat het uiteindelijk loont om mensen wat meer tijd te laten nemen voor een opleiding of bijscholing. Dan komen ze ten minste duurzaam uit de bijstand, anders vallen ze er snel in terug.’’ 

Bij Houssam Moussa lopen alle sollicitaties op niets uit
In Syrië werkte Houssam Moussa (38) als project-ingenieur bij het telecombedrijf Ericsson. Hij reisde er vaak voor naar Europa. De burgeroorlog dwong hem daar weer naar toe te gaan. Eerst ging Houssam, later kwamen ook zijn vrouw Lobna en hun vier tieners vanuit Damascus over. Ze wonen sinds eind 2015 in IJmuiden.

Houssam zoekt sinds die tijd werk. Daar doet hij veel voor. Hij volgde vier dagen per week Nederlandse les, in plaats van de gebruikelijke twee dagdelen per week, en slaagde al snel voor zijn taalexamens. ,,Ik wilde zo snel mogelijk Nederlands leren.”

Ook haalde hij zijn Nederlandse rijbewijs. Inmiddels is hij twee dagen in de week klassenassistent op een basisschool in IJmuiden. Een vrijwilligersbaan. Betaald werk vinden blijkt moeilijk, alle sollicitaties liepen tot nu toe op niets uit. ,,Ik zou graag aan de slag gaan als projectmanager of ingenieur in de telecommunicatie.”

Ook heeft Houssam, een in Syrië geboren Palestijn, in december naturalisatie aangevraagd. ,,Ik heb de indruk dat bedrijven graag mensen met een Nederlands paspoort hebben.”

Ahmad Alhariri vindt thuiszitten niets
Volgende week gaat Ahmad Alhariri (43) uit Syrië aan de slag in de tuinbouw: groentes plukken en verpakken. De afgelopen vier maanden werkte hij drie dagen in de week in de bouw. En hij bracht een tijdje ’s ochtends vroeg kranten rond. ,,Ik wil graag werken, thuiszitten is niets.”

Ahmad, zijn vrouw Malak en hun vier tienerkinderen komen uit Daraa, Zuid-Syrië. Ze vluchtten voor de burgeroorlog. Eerst Ahmad, later de rest van het gezin. Sinds 2015 wonen ze in Etten-Leur. In Syrië werkte Ahmad voor een bedrijf dat medische apparatuur voor ziekenhuizen verzorgde.

Ahmad en Malak gaan twee dagen in de week naar school om Nederlands te leren, een taal waar ze mee worstelen. In de tijd die over is, is Alhariri de grote regelaar achter de vereniging Aurora Levant, een club die in de weekenden (bij)lessen Nederlands en Arabisch geeft aan Syrische kinderen in Nederland. Dat gebeurt inmiddels al op 10 plekken in het land.