Volledig scherm
Foto ter illustratie. © anp

8 maanden cel geëist voor meenemen wapen naar school

Tegen de 18-jarige jongen die afgelopen juni met een vuurwapen zijn school in Zoetermeer binnenliep, is vandaag in de rechtbank in Den Haag een celstraf van acht maanden geëist.

De jongen kwam met het wapen de school aan het het Van Doornenplantsoen binnen en liet het aan verschillende medeleerlingen zien. Een van hen belde de politie, waarna hij werd aangehouden.

Hij heeft bekend dat hij het wapen bij zich had. Waarom de jongen dat deed, wilde hij niet vertellen. Mede door die weigerachtige houding, heeft de officier van justitie een flinke straf tegen hem geëist.

De jongen liep nog in zijn proeftijd van een ander door hem gepleegd strafbaar feit. Het Openbaar Ministerie eiste daarom dat hij van de zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie die hem nog boven het hoofd hingen, er twee uit te voeren.

De rechter doet over twee weken uitspraak.

  1. Johan Jansen hoort er eigenlijk niet meer te zijn: ‘ik ben de nul procent’

Johan Jansen reist door zijn ongeneeslijke ziekte de wereld over ‘het opende mijn ogen’

Johan Jansen leeft al jaren in de strafschoppenfase van zijn leven: ‘ik heb geluk gehad’

Nul procent van de mensen met beenmergfibrose is er nog na 25 jaar, behalve Johan
    PREMIUM
    Ik heb geleefd

    Johan Jansen hoort er eigenlijk niet meer te zijn: ‘ik ben de nul procent’ Johan Jansen reist door zijn ongenees­lij­ke ziekte de wereld over ‘het opende mijn ogen’ Johan Jansen leeft al jaren in de strafschop­pen­fa­se van zijn leven: ‘ik heb geluk gehad’ Nul procent van de mensen met beenmergfi­bro­se is er nog na 25 jaar, behalve Johan

    Annemarie Haverkamp praat met mensen over hun leven en het einde dat nadert.Johan Jansen (76) vergelijkt zijn leven met een voetbalwedstrijd. De verlenging heeft hij al lang uitgespeeld, nu zit hij in de strafschoppenfase. Jansen wil graag zijn verhaal vertellen, omdat hij een boodschap heeft. ‘Als ik straks dood ben, moeten de mensen echt niet met lange gezichten naar mijn begrafenis komen’