Wethouder Jaap Sinke met ambtenaren op werkbezoek in Yerseke. ,,Dit werk verveelt nooit."
Volledig scherm
PREMIUM
Wethouder Jaap Sinke met ambtenaren op werkbezoek in Yerseke. ,,Dit werk verveelt nooit." © Marcelle Davidse

Een dag uit het leven van afzwaaiend wethouder Jaap Sinke: ‘Ik heb me nooit verveeld, wel zorgen gemaakt’

ReportageJaap Sinke noemt zichzelf een bevoorrecht mens. Wethouder van de gemeente Reimerswaal, een mooier beroep kan hij zich niet voorstellen. ,,Het werk staat nooit stil en verveelt nooit. En ik kan me niet heugen dat ik in die 14 jaar ooit één dag met tegenzin maar mijn werk ben gegaan. Wel met zorgen.” Door steeds ingewikkelder dossiers, de vele avondvergaderingen en zijn leeftijd (63), besloot Sinke onlangs om per 1 april te stoppen als wethouder namens de SGP. Wij lopen een dag mee met de wethouder om aan den lijve te ondervinden hoe zo’n lange werkdag eruit ziet.

6.30 uur, de routine van een ochtendmens

‘Alles wat je voor acht uur doet is winst.’ Zo’n motto kan alleen maar van een ochtendmens zijn. ,,Iedere morgen om half zeven gaat de wekker af. Dat zijn we zo gewend uit de tijd dat de kinderen vroeg op moesten voor school”, vertelt Sinke. ,,We ontbijten altijd samen. Daarna werk ik standaard een uurtje thuis in mijn werkkamer. Soms neem ik alvast wat stukken door, maar dit is ook het moment voor wat privézaken. Vanochtend leg ik de laatste hand aan een artikel dat in de regionale kerkbode verschijnt. Het maakt onderdeel uit van een serie die over een paar maanden verschijnt.” Sinke houdt van vooruitwerken. ,,Dat doe ik ook met de foto’s voor de voorkant van De Saambinder, het weekblad van de Gereformeerde Gemeenten. Elke week staan vier interieurfoto’s van een kerk op de voorpagina. We zijn met de A begonnen en nu bijna bij de N. Vanmorgen heb ik zo’n 75 foto’s van de kerk in Nieuw-Beijerland op de computer gezet. Ik was daar gisteravond. Het is altijd de vraag of ik met het materiaal uit de voeten kan. Soms heb je bijvoorbeeld veel last van ongunstige lichtinval. Dit keer valt het mee.”