Volledig scherm
De meerderjarige verkrachter A.S. werd al wel veroordeeld: hij zit een straf van 5 jaar uit. © rv

Minderjarige verkrachter vecht tegen uithandengeving

Een Afghaanse jongeman verzet zich tegen de uithandengeving door de jeugdrechter. De jongen was 16 jaar toen hij een meisje uit Rijkevorsel verkrachtte. Het Vlaams parlement stemde in september snelsnel een nieuw decreet toen bleek dat minderjarige verkrachters dreigden vrijuit te gaan. 

De verkrachting dateert van april 2017 toen de jongeren mekaar toevallig tegenkwamen in een nachtwinkel in Antwerpen. Twee Afghaanse jongens van 19 en 16 jaar namen het 16-jarige meisje mee naar hun appartement in Antwerpen. Daar werd zij door de twee  jongens verkracht.

De meerderjarige verkrachter A.S. werd eind vorig jaar veroordeeld tot 5 jaar cel en 5 jaar ter beschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.  Zijn minderjarige kompaan zat even in een jeugdinstelling maar werd dan vrijgelaten. Tegen de tijd dat hij voor de jeugdrechter moest verschijnen was de Vlaamse wetgeving op jeugdcriminelen veranderd. Hij kon niet meer uit handen worden gegeven. Dat was nochtans de eis van de procureur die de 16-jarige ook als een volwassene wilde laten berechten. In dat geval riskeert hij jarenlange celstraf. Als minderjarige kan hij ten hoogste vier jaar in een gesloten instelling worden gehouden.  

Het Vlaamse parlement schrok van de  ontstane commotie en werkte in spoedtempo de hiaten in in de wetgeving weg. 

Donderdagmiddag verscheen de Afghaanse  jongeman opnieuw voor de jeugdrechter. Die moet beslissen of de jongen, die nu 19 jaar is maar de verkrachting pleegde als minderjarige, uit handen wordt gegeven. De verdediging verzette zich daartegen. De ouders verzekerden de rechter dat hun zoon tegenwoordig weer op het rechte pad is. De jonge Afghaan wilde zich ook verontschuldigen naar zijn slachtoffer

Voor de familie van het meisje, die eveneens op de rechtbank aanwezig was, komen die excuses onoprecht over en alleszins veel te laat. Advocaat Christian Clement die het slachtoffer bijstaat: “Bij zijn eerste verhoor liet de jongeman noteren dat hij zijn slachtoffer ‘toch maar een lelijke’ vond. Nu een uithandengeving boven zijn hoofd hangt, toont hij zogezegd wel groot berouw.” 

De jeugdrechter spreekt zich uit op 28 november.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement