Volledig scherm
Gery de Cloedt © Camile Schelstraete

Advocaat De Cloedt verwacht nog een lange juridische procedure over Hedwigepolder

MIDDELBURG - De rechtbank geeft Géry De Cloedt op ongekend veel procedurele en inhoudelijke punten gelijk, maar spreekt toch de door de Staat der Nederlanden gevorderde onteigening uit, zo concludeert advocaat Jan Frans de Groot. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft vandaag vonnis gewezen in de onteigeningszaak over de Hedwigepolder en bepaalt dat de onteiging door mag gaan.

De Staat heeft deze gronden nodig voor de ontpoldering. De Cloedt, eigenaar van nagenoeg de gehele Hedwigepolder, verzet zich tegen onteigening van zijn gronden met diverse procedurele en inhoudelijke argumenten. De Cloedt heeft zich bereid verklaard de ontpoldering zelf uit te voeren, maar de Staat heeft daarover tot nu toe niet met hem willen overleggen, aldus raadsman Jan Frans de Groot.

Veel gebreken

De rechtbank oordeelt volgens hem dat aan het optreden van de Staat veel gebreken kleven, maar spreekt toch de onteigening uit. De rechtbank vindt dat niet van de Staat kan worden verlangd te betalen voor de uitvoering door De Cloedt. Dit vindt De Cloedt onbegrijpelijk, aldus de raadsman. ,,Waarom zou hij de uitvoering uit eigen zak moeten betalen, terwijl de Staat daarvoor een ruime vergoeding van Vlaanderen heeft gekregen?"

Zelfrealisatie

Hoewel het vonnis nog nader bestudeerd moet worden, ligt het volgens De Groot voor de hand dat De Cloedt zal overwegen om tegen dit vonnis beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Die procedure zal nog zeker een jaar in beslag nemen. De Cloedt verwacht daarom dat de Staat met hem in gesprek zal gaan, omdat zelfrealisatie door De Cloedt voor de Staat niet alleen een aanzienlijke besparing in tijd zou opleveren, maar ook in kosten.