Doventolk Sanne Vermeu met haar klant Wendy de Wachter.
Volledig scherm
Doventolk Sanne Vermeu met haar klant Wendy de Wachter. © Johan Van Der Heijden

Van idee tot publicatie: zo komt een krantenartikel tot stand

Achter de schermenHet lijkt zo vanzelfsprekend dat er elke dag weer een krant verschijnt, maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf. De PZC-redactie is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in de weer om daarvoor te zorgen. In dit artikel vertellen we hoe we dat doen. Aan de hand van het artikel ‘De gebarentolk is hot: Sanne is de Zeeuwse Irma Sluis’ nemen we je mee in het hele proces. Van idee tot publicatie.

9.30 uur – ‘Bakkeleien tijdens het ochtendberaad’

,,We beginnen de dag met het ‘ochtendberaad’. Normaal gesproken overleggen we om half 10 met een hele club verslaggevers en chefs aan een grote tafel op de redactie in Vlissingen. Nu doen we dat door de coronamaatregelen via Google Hangouts. Het principe blijft hetzelfde: iedereen dropt zijn ideeën in de groep en niks is daarbij te gek. Roept het reacties op? Dan bakkeleien we er even over om samen tot een leuke insteek te komen”, vertelt regiocoördinator Raymond de Frel.

,,Zo komt ook dit idee op tafel. Collega Eldridge Pentury doet de simpele constatering dat de wissel van gebarentolk Irma Sluis haast meer losmaakt dan de inhoud van de persconferentie van het kabinet. Ze wordt het verhaal van de dag. En dan vragen wij ons af: wat kunnen we daarmee op Zeeuws niveau? Hoeveel tolken hebben wij in Zeeland? En hoeveel slechthorenden moeten die bedienen? Hoe ziet de markt er hier uit? Is er een opleiding voor gebarentolk in de buurt?”

Quote

Wat is het gebaar voor ‘hosternok­ke’? Of voor ‘bolus’?

Raymond de Frel, Regiocoördinator PZC

Naast dat soort journalistieke vragen is er ook genoeg ruimte voor creativiteit, voegt Raymond er al lachend aan toe. ,,Dan vragen we ons opeens af hoe ze typisch Zeeuwse woorden zou vertalen in gebaren. Wat is bijvoorbeeld het gebaar voor ‘hosternokke’, ‘oemoemenoe’, of ‘bolus’? Dat soort ideeën ontstaan vanzelf, terwijl we wat heen en weer kletsen. Na een tijdje ronden we af, bepalen we de insteek en kijken we welke verslaggever tijd heeft om het op te pakken”, legt de coördinator uit.

10.30 uur – Interviewen en schrijven

Die gelukkige verslaggever is in dit geval Willem Adriaansens. ,,Ik vind het meteen een leuk idee. Elke keer als Irma in beeld is geweest ontploft het internet, dus zo’n onderwerp is iets wat nu echt speelt onder de lezers”, zegt hij. Willem krijgt de contactgegevens van de Zeeuwse gebarentolk Sanne Vermue toegespeeld door Eldridge, die zijn huiswerk netjes heeft gedaan, en maakt een afspraak. Ook schakelt hij fotograaf Johan van der Heijden in.

,,Sanne geeft aan dat ze het interview graag wil doen samen met een van haar vaste klanten. Daardoor kan ik haar ook meteen vragen naar het nut en de noodzaak van een gebarentolk uit eigen regio”, vertelt de PZC-verslaggever. ,,Tijdens het gesprek kom ik er vervolgens achter dat er maar twee gebarentolken zijn in heel Zeeland en dat er véél meer vraag naar is. Het komt regelmatig voor dat doven die een tolk nodig hebben, het niet kunnen krijgen. Dat maakt het onderwerp extra relevant.”

Quote

Het verhaal blijkt zo interes­sant, dat ik vind dat het algemeen mee moet

Willem Adriaansens, Verslaggever PZC

Na het interview gaat Willem naar huis en typt hij zijn audio-opnames volledig uit. ,,Daarna kan ik aan het verhaal gaan sleutelen. Normaal gesproken hoor ik van tevoren hoeveel tekens ik krijg voor mijn artikel en op welke plek in de krant die komt. Nu bedenken we dat gaandeweg. Johan heeft zúlke mooie foto’s en het verhaal blijkt zo interessant te zijn, dat ik vind dat het algemeen mee moest. Voor heel Zeeland. Dat geef ik aan bij de chef en die gaat er in dit geval in mee.”

12.00 uur – Op pad met de camera

PZC verschijnt allang niet meer alleen op papier, en de redactie houdt het ook allang niet meer bij alleen het geschreven woord. Op de website verschijnt het belangrijkste nieuws de hele dag door en steeds vaker gaan artikelen gepaard met video’s. Om die reden droeg videocoördinator Eldridge dit onderwerp ook aan tijdens het ochtendberaad. ,,Het leek me heel leuk voor video, omdat gebaren beter overkomen op beeld dan in tekst”, vertelt hij.

Als blijkt dat Sanne een goed verhaal te vertellen heeft én ervoor open staat om wat vragen te beantwoorden voor de camera, schakelt Eldridge dan ook direct een freelance camerajournalist in. ,,Ik kijk welke camjo in de buurt beschikbaar is en stuur die dan een ‘callsheet’. Dat is een overzicht met een aantal punten: wat we in zo’n video willen hebben, welke richting we met het verhaal op willen, wat voor vragen er gesteld kunnen worden. Dat soort dingen”, legt de coördinator uit.

De tekst gaat verder onder de video

,,Aan het einde van de dag krijgen we de gemaakte beelden binnen. Die sturen wij dan - samen met de callsheet, namen van de geïnterviewde en een korte begeleidende tekst - door naar de editor. Zodat ook die weet wat voor item wij ervan willen maken. Als de video klaar is, beoordelen wij de montage en pas als die helemaal naar wens is, zetten we het live”, aldus Eldridge. ,,In dit geval wachten we nog even tot het artikel van Willem klaar is, zodat alles in één keer online kan.”

19.00 uur – Het artikel gaat live

Zodra verslaggever Willem helemaal tevreden is over de tekst en zijn artikel afrondt, gaat de internetredactie ermee aan de slag. Redacteur Bas Bareman kijkt in eerste instantie vooral naar de tussenkoppen, intro en titel van het verhaal. ,,Online moet je mensen meer overtuigen om een stuk te gaan lezen dan in de papieren krant. Dat betekent dat deze elementen nog prikkelender moet zijn dan anders”, geeft hij aan.

Quote

Ik bedenk drie prikkelen­de koppen en voer daarmee een ‘koppentest’ uit

Bas Bareman, Internetredacteur PZC

Bij het verhaal van Sanne maakt Bas uiteindelijk drie verschillende koppen. Daarmee voert hij een zogenaamde ‘koppentest’ uit. ,,Hierbij krijgen lezers op de website steeds een andere kop voorgeschoteld. De kop waarop de meeste bezoekers klikken – dus die de lezers het meeste aanspoort om het artikel te lezen – wordt uiteindelijk automatisch boven het stuk gezet”, licht hij toe.

Vervolgens gaat de internetredacteur na hoe hij het artikel verder kan verrijken. ,,Soms is het bijvoorbeeld nog leuk of handig om er een landkaart aan toe te voegen. Maar in dit geval houd ik het bij de video, de poll en een fotobewerking. Niet iedereen kent Irma Sluis van naam, maar zeker wel van gezicht. Daarom voeg ik in Photoshop een foto van haar samen met een foto van Sanne.” Tenslotte publiceert Bas het stuk op de site, pusht hij het in de app en plaatst hij het op sociale media.

21.00 uur – De puntjes op de ‘i’ voor de krant

Ook voor de papieren krant zit het werk er nog niet op. De UIT-redactie, die aan het einde van de dag in feite bepaalt hoe de krant er ‘uit’ komt te zien, werkt ’s avonds tot in de late uurtjes door. De eindredacteuren corrigeren alle artikelen, scherpen waar nodig titels aan en kiezen de uitgelichte quotes. De vormgevers gieten alle stukken in een aantrekkelijke vorm. En ondertussen houden de chefs het overzicht via de ‘plank’; de wand waar alle pagina’s van de krant op een rij hangen. In coronatijd is dat een digitaal bord.

Plaatsvervangend chef uit, Rolant Quist, vertelt dat het verhaal van de gebarentolk op pagina 2 en 3 van het Zeeuwse katern komt te staan. ,,Dit is de plek waar altijd ‘het verhaal van de dag’ terechtkomt. Een verhaal, of een combinatie van verhalen, waarvan de redactie vindt dat elke Zeeuw dat móet lezen. Zo’n artikel moeten we op een goede manier onder de aandacht brengen en daarom plaatsen we op de voorpagina van de krant ook een ‘ankeiler’. Een foto met een kort tekstje dat de lezer wijst op deze mooie productie.’’

Op vrijdag is er minder tijd om dat voor elkaar te krijgen dan op de overige dagen. ,,De krant sluit vrijdags altijd extra vroeg. Doordat de zaterdagkrant dikker is en we ook nog bijlage Z, bijlage Zo en het magazine erbij hebben, hebben zowel de drukkerij als distributie meer tijd nodig”, aldus Rolant. ,,We sturen de pagina’s daarom al rond half negen ’s avonds naar de drukker, terwijl dat doordeweeks meestal pas rond half elf is. Dat is dus elke week weer even aanpoten, maar uiteindelijk komt het altijd weer goed.”

  1. Verslaggeving in tijden van corona: ‘Journalistiek in optima forma’
    ACHTER DE SCHERMEN

    Verslagge­ving in tijden van corona: ‘Journalis­tiek in optima forma’

    Journalisten hebben volgens het kabinet tijdens de coronacrisis een vitaal beroep. De reden? Het belang van goede informatievoorziening en duiding van de ontwikkelingen. En dat is precies waar de PZC-journalisten deze dagen hun stinkende best voor doen. ,,Het voelt als mijn plicht om het nieuws bij onze lezers te brengen”, zegt algemeen verslaggever Rolf Bosboom. Al doet hij dat onder iets andere omstandigheden dan anders.
  1. Lezers steunen krantenbezorgers: “Stroopwafels aan de deur als blijk van waardering”
    Achter de Schermen

    Lezers steunen krantenbe­zor­gers: “Stroopwa­fels aan de deur als blijk van waardering”

    In Nederland staan elke dag 6000 bezorgers bij het krieken van de dag op om de kranten van DPG Media te bezorgen bij de abonnees. Dat klepperen van de brievenbus is in het dagelijks leven voor veel mensen een vaste waarde en een belangrijk onderdeel van hun ochtendritueel. Opstaan, douchen, ontbijten, mét een verse krant. Zo zijn we dat gewend. Nu het coronavirus Nederland heeft lamgelegd, is de rol van de krantenbezorger nóg belangrijker geworden. De krant is voor veel abonnees een anker, een houvast. En alle zeilen worden bijgezet om die ‘huisvriend’ te blijven bezorgen.