Volledig scherm
Reimerswaal was een gedoemde stad. © Jan van Damme

Reimerswaal was een gedoemde stad

Reimerswaal ging al eeuwen geleden kopje onder. Maar nog steeds spreekt de geschiedenis van de gedoemde stad tot de verbeelding. Ook van de Fries Cornelis de Vries.

We hebben nog steeds een gemeente Reimerswaal. Maar de stad Reimerswaal in het uiterste oosten van Zuid-Beveland – met zo’n zesduizend inwoners na Middelburg en Zierikzee ooit de derde van Zeeland – is verdwenen. Verbrand, overspoeld, afgebroken, verkocht. Bijna vijfhonderd jaar geleden begon de stad aan haar doodsstrijd. De verwoestende Sint Felixvloed op 5 november 1530 luidde het begin van de ondergang in. Nog een eeuw lang bleef er leven binnen de afbrokkelende stadsmuren. Inwoners begeleidden de neergang, ze verkochten het zink van de daken en de bakstenen van de kerk. In 1634 werden de laatste restanten in het openbaar van de hand gedaan en werd de stad Reimerswaal geschiedenis.

In de bodem bleven nog fundamenten en andere sporen achter. Sinds 1978 liggen die begraven onder de Bergse Diepsluis in de Oesterdam. Zand erover, zou je denken. Desondanks blijft de verdronken stad heel wat pennen in beweging brengen. Nu duikt de Friese jurist Cornelis de Vries (1944) in het rijke verleden van wat ooit de derde stad van Zeeland was: ‘Reijmerswael boven water. Een geschiedenis van 1203 tot 1532’.

Volledig scherm
© Jan van Damme

Waar de karren over de keien ratelden en zwaarbeladen vrachtvaarders aan de kade lagen. Reimerswaal kreeg in 1375 stadsrechten en was sindsdien een ‘grafelijke stad’. Strategisch gelegen aan de Oosterschelde – toen de belangrijkste vaarroute in het deltagebied – konden handel en nijverheid er gedijen. Volgens Cornelis de Vries was Reimerswaal al rond 1300 ‘een havenplaatsje met pretenties’. Met name met Keulen waren de contacten goed: er was een vaste handelsroute over land en de Keulse universiteit trok veel studenten uit Zeeland.

In het boek wordt ruim aandacht besteed aan bestuurlijke perikelen. De schrijver is rechtdoorzee. Pagina 30: ,,De heren van Reijmerswael leefden op grote voet. Hun inkomsten verkregen ze niet op grond van hun prestaties maar door een onbeschaamde uitbuiting van hun ondergeschikten.” Met het oog op de dramatische overstromingen in de 16e eeuw, verdient het dijkbeheer extra aandacht. De Vries zegt over de de functie van dijkgraaf (pagina 45): ,, De baan ging vrijwel altijd naar vriendjes of vertrouwelingen van de graaf. Het waren mensen die geen verstand hadden van dijken. Zij woonden meestal niet in Zeeland en het ergste was dat ze totaal niet geïnteresseerd waren in veiligheid van de bewoners.”

Een dramatische ontwikkeling voor een regio die mede door het lucratieve ‘darink delven’ – afgraven van veen – gevoelig onder de zeespiegel lag. Philips de Goede probeerde in 1438 het tij nog wel te keren door te verordenen dat alleen Zeeuwen dijkgraaf mochten worden. Tevergeefs. Althans waar het Reimerswaal betrof. Goes nam namelijk wel maatregelen: daar werd rond 1518 onderdijkgraaf Jan Vilain vervangen door een competente waterstaatkundige. In het oosten van Zuid-Beveland gebeurde dat niet. Toen een schout stro in een zwakke dijk stopte en dat met aarde bedekte, werd hij weliswaar veroordeeld, maar de vervangende functionarissen waren even incompetent. Pagina 46: ,,De vraag was niet of de dijken zouden doorbreken, de vraag was wanneer.”

Cornelis de Vries schetst met de geschiedenis van de stad Reimerswaal meteen een beeld van het leven in de late middeleeuwen. Dat is mooi meegenomen.

Cornelis de Vries: Reijmerswael boven water. Een geschiedenis van 1203 tot 1532 – Uitgeverij Drvkkery | Schrijverspodium, 86 pagina’s, 11,50 euro.