Volledig scherm
© Dirk-Jan Gjeltema

De Nieuwe Delta

Meer veiligheid, meer natuur, meer verdienpotentieel. We vragen nogal wat van de waterbouwers in ons Deltagebied. In ‘De Nieuwe Delta’ bewegen we mee met de klimaatverandering.

door Jan van Damme

Na de Ramp van 1953 wisten we het zeker. Veiligheid voor alles, zo’n watersnood mag niet nog een keer gebeuren. De Deltawerken werden het Nederlandse visitekaartje. Dammen, dijken, keringen: het werd een heel spektakel. Verkorting van de kustlijn was een logische gedachte. En met die nieuwe dammen kon er meteen voor ontsluiting van het niet erg voorlijke Zeeland worden gezorgd.

We zijn nu ruim een halve eeuw verder. Terugblikkend kan de Oosterscheldekering al het symbool van een kenterend getij worden genoemd. Op het laatste moment werd na grootscheepse protesten besloten de Oosterschelde open te laten, dat wil zeggen: van een pijlerdam met beweegbare schuiven te voorzien. Bij de opening van de kering in 1986 kon toenmalig koningin Beatrix zeggen: ,,De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig.’’

,,Maar het lijkt wel’’, schrijft stedenbouwkundige en landschapsontwerper Bianca de Vlieger in haar pas verschenen boek ‘De Nieuwe Delta’, ,,of we daarna alleen nog maar harder zijn gaan werken aan de Delta.’’ Op uitnodiging van de Technische Universiteit Delft en de HZ University of Applied Services bracht ze in kaart wat er tot nu toe in het deltagebied aan projecten is uitgevoerd en wat er nog in de pijplijn zit. Ze komt tot een totaal van 152 projecten, deels afgerond, deels in uitvoering, deels nog op de tekentafel. Zet je elk project als een stip op de kaart van zuidwest-Nederland, dan is het een drukte van jewelste. De Vlieger neemt ook Vlaanderen mee in haar overzicht: ,,Op het moment van dit schrijven zijn er honderden grondverzetmachines aan het werk in onze Delta. In Waterdunen, Perkpolder, Cadzand, Zierikzee, de Brouwersdam, aan het Spui, het Haringvliet in de Noordwaard, Dordrecht, over de grens bij Kruibeke, Prosper, Knokke… Overal wordt gegraven of gestort. Onvoorstelbaar hoeveel er de laatste jaren aan de waterranden van de Delta gewerkt wordt.’’

In het boek wordt gesproken over de Deltawerken 1.0, de periode van 1950 tot 2008. Sindsdien hebben we het over het Deltaplan 2.0. Aanvankelijk worden er zeearmen rücksichtslos afgesloten, daarna volgt een periode waarin geprobeerd wordt om de schadelijke effecten voor het milieu zoveel mogelijk teniet te doen. De doorlaat in de Zandkreekdam in 2004 is daarvan een voorbeeld. En er verandert meer. Volgens De Vlieger zal de Delta voortaan ,,meebewegen met de effecten van klimaatverandering.’’ Dat doen we overigens al. Zie het Vlaamse Sigmaplan, dat in 1977 werd opgesteld na grote overstromingen een jaar daarvoor. En in Nederland het project waarbij na dreigende overstromingen in de jaren negentig ‘Ruimte voor de Rivier’ werd gecreëerd.

In het tweede hoofdstuk worden zeventien projecten tegen het licht gehouden, waaronder Waterdunen, de Hedwigepolder en het Veerse Meer. Verder is er aandacht voor de havens van Antwerpen en Rotterdam, die elk op hun manier leven en verdienen combineren. Het laatste hoofdstuk is voorzien van een vraagteken: ‘Op weg naar de Nieuwe Delta?’ Het antwoord kan bevestigend zijn. Maar hoe is nog onzeker. Wie echt ver vooruit denkt zal een keuze moeten maken: een gesloten of een open delta. Eén zekerheid hebben we: de Deltawerken zijn nooit af.

Bianca de Vlieger: De Nieuwe Delta, De Rijn-Maas-Schelde Delta in verandering – Uitgeverij Japsam Books, 260 pagina’s, 24,95 euro.

blogs