Volledig scherm

Fotootje

Het fotootje kwam ik tegen op Facebook. Een fotootje van een straatschoffie met flaporen, kortgeknipte haren, jas met capuchon, brutale grijns. Een joch van een jaar of negen, schat ik. Hij zit vol branie op een zeepkist, zo’n zelfgemaakt karretje van een paar afgedankte kinderwagenwielen met daarop een paar planken.

De foto moet ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn gemaakt, in de tijd dat je op straat nog kon voetballen zonder dat je van je sokken werd gereden. Slechts twee auto’s staan er langs de stoepranden geparkeerd - een Renault Dauphine en een Opel Kapitän?

Dat jongetje op dat zeepkistenkarretje had ik kunnen zijn; dezelfde flaporen, hetzelfde kapsel, dezelfde jas, dezelfde bravoure. Alleen heeft het joch op de foto geen ziekenfondsbrilletje.

Mijn vriend Jantje B. kon goed zeepkistenkarretjes maken. Je hoefde hem maar een paar planken en een onderstel van een kinderwagen te geven en binnen mum van tijd stond daar een pracht van een vehikel, dat hij behendig met een paar touwtjes door de scherpste bochten stuurde.

Zo handig als Jantje B. was ik helaas niet. Ik kon/kan nog geen hamer vasthouden. Eén keer heb ik geprobeerd een zeepkist te bouwen. Dat werd een bloederig tafereel; mijn schroevendraaier schoot uit en boorde zich in mijn rechterknie. Het litteken draag ik nog altijd.

Hoe ik aan dat litteken kwam, vroeg een van mijn kleinzoons niet zo lang geleden. En ik vertelde. Dat ik ooit had geprobeerd een zeepkist op wielen te fabrieken; dat ik samen met mijn vriendjes nog gewoon op straat kon spelen; dat we onbekommerd konden ‘stoepranden’; dat we hutten bouwden op een braakliggend terrein; dat we slootje sprongen en kikkervisjes vingen.

Mijn kleinzoon keek me bijna meewarig aan: ,,Had je dan geen iPad?’’

,,Nee’’, zei ik, ,,iPads bestonden nog niet.’’

,,Saai’’, zei hij.

  1. Blue Monday

    Blue Monday

    Wat nou, Blue Monday? Als ik op maandagochtend de gordijnen openschuif, zie ik hoe een waterig winterzonnetje gaatjes prikt in een lichte mistdeken die zich over het land uitspreidt. De kat van de buurman loopt met lome tred over het dak van onze schuur en knipoogt schalks in mijn richting. Het eitje dat mevrouw Van Dam voor mij heeft gekookt, heeft exact de juiste hardheidsgraad, uit de broodrooster floepen twee mooi geroosterde boterhammetjes, de krant die ik zojuist van de mat heb geraapt brengt mooi nieuws: PvdA en SP hebben beloofd dat zij zich zullen inzetten voor een tolvrije Westerscheldetunnel. Wat nou, Blue Monday?