VLISSINGEN - Wat heeft Bjarne Riis toch allemaal teweeggebracht met zijn Tourzege in 1996. De jongste winnaars van de Juniorendriedaagse in Axel hebben zich laten inspireren door het succes van de Deense ex-prof en nu rijdt er ook een jongedame met uitzonderlijk talent rond. Linda Villumsen stapte als meisje van elf op de racefiets in het gloriejaar van Riis. Het blonde brokje Deens dynamiet staat nu, tien jaar later, dicht tegen de wereldtop.
In de eerste etappe van de Ster Zeeuwsche Eilanden, een tijdrit door de binnenstad van Vlissingen, versloeg ze alle topfavorieten. Dolblij was ze met die overwinning, op een parkoers dat over de winderige boulevard liep. Toch niet misselijke hardrijdsters als Suzanne de Goede, Marianne Vos, Chantal Beltman en Loes Gunnewijk verbleekten tegenover het prille Deense talent. Ze moest er heel lang op wachten, omdat Villumsen al vroeg in het schema zat, een uur voordat de specialisten aan de start kwamen. En hoe lang de toptijd (9.20,11 over 7,2 kilometer) ook overeind bleef staan, de twijfels bleven. „Ik heb nog nooit van Suzanne de Goede gewonnen“, praatte ze de spanning weg bij de rennersbus van Buitenpoort-Flexpoint. „Mijn benen waren wel super, maar die meiden uit de top zullen nog wel sneller zijn.“
Het was een kwestie van aftellen, van wegstrepen en van blijven hopen. Want goed was ze al langer, die kleine Deense, ook vorig jaar al, toen ze net achter De Goede eindigde in een wedstrijd voor de wereldbeker in Wellington. Tijdrijden kon ze ook. „Ik ben twee keer kampioen van Denemarken geweest bij de jeugd.“
Vader
Het verhaal leek op dat van de Deense junioren, die de wedstrijd in Axel al een paar jaar beheersen. „Toen Bjarne Riis de Tour won, was er bij ons in de stad een wedstrijd. Ik kreeg een racefiets van mijn vader en deed mee tussen allemaal jongens. En ik won de koers, helemaal alleen voorop. Vanaf dat moment dacht ik: ik word wielrenster.“
Twee jaar geleden werd ze naar de ploeg gehaald die onder leiding staat van Jean Paul van Poppel, waar ze meestal in de schaduw moet rijden van Mirjam Melchers. Maar nu de kopvrouw door een ingrijpende operatie uit de roulatie is, mag iedereen voor het klassement rijden. Loes Gunnewijk, derde gisteren in de korte proloog, op elf seconden van de Deense, behoort ook tot die supersterke ploeg. En met Vera Koedooder (vijfde) en Madeleine Sandig (achtste) hadden ze nog twee renners bij de toptien.
Het gewicht van de koers ligt vandaag en morgen dan ook vooral bij de ploeg van de Deense koploopster. En niet bij Suzanne de Goede, de nationale kampioen tijdrijden, die niet eens bij de toptien kwam. „Ik had niet het gevoel dat alles zo lekker liep“, verontschuldigde de kopvrouw van AA Drink zich. „Het was al wat later dat ik moest rijden, de spieren waren iets te koud.“
Marianne Vos had een ander excuus. „Ik kom net terug van Spanje, waar we een etappekoers hebben gereden. Daar ging het elke dag op en af, dan raak je wat van je snelheid kwijt. Maar ik wil ook wel eerlijk zijn: ik behoor nog niet tot de toppers in het tijdrijden. Het motortje moet nog groeien, ik ben ook nog maar negentien.“
Sterretje
Linda Villumsen is twee jaar verder en heeft de top wel in zicht in deze discipline. Iris Slappendel, al weken goed op dreef in de koersen in eigen land, is ook zo’n opkomend sterretje.
Zij kwam nog het dichtst bij de winnende tijd, maar moest iets meer dan een seconde toegeven op Villemsen. Loes Gunnewijk en Natalie Bates kwamen elf tellen tekort.
Renske Doedee eindigde met 11.18 in de achterste gelederen. De Zeeuwse renster kuchte aan de finish de teleurstelling weg. „Ik heb een kou opgedaan deze week, toen we in België van een wedstrijd kwamen. De airco in de auto heeft me de das omgedaan. Toen ik startte, voelde ik het al: ik had slappe benen en geen adem.“ De andere Zeeuwse, Karin Taillie, kwam met een tijd van 11.34 nog verder achterop.


















