GOES - Ouders van Zeeuwse sporttalenten snakken naar goede informatie over de begeleiding van hun kind. Dat bleek vrijdagavond in Goes, waar SportZeeland een thema-avond had belegd over talentontwikkeling. „Nu zijn ouders nog leken“, zei een vader van een talentvolle turner. „Je gaat een weg op, maar je kent de route niet. Het lijntje moet je zelf uitstippelen.“.
Marjan Olyslager, die achttien jaar in Terneuzen woonde, als atlete de Nederlandse top haalde in het hordenlopen en nu trainster is en een bedrijf heeft dat zich met talentontwikkeling bezighoudt, leidde een discussie over de rol van de ouders in de groei van een sporttalent.„Een belangrijke voorwaarde is, dat een kind zich thuis niet hoeft te verdedigen voor zijn sport“, vertelde ze. „Als ouders niet begrijpen waarom hun kind zo nodig drie uur op een dag wil trainen, kan het voor dat kind misschien heel moeilijk worden om de top te halen. Een kind wil gestimuleerd worden. Bij mij traint een meisje van negentien, dat veel talent heeft en aan het NK had mee kunnen doen. Maar haar ouders zeiden: wij gaan die week met wintersport en jij gaat mee. Die ouders hebben niets op met de sport en zagen dus ook het belang van deelname aan het NK niet in.“
In de schoolbanken van het ROC in Goes zaten vrijdag juist wel de fanatieke ouders. Hun kinderen spreken inmiddels een aardig woordje mee in de diverse takken van sport. Vooral de ’turnouders’ waren goed vertegenwoordigd. En uit de discussies, die volgden op een brede uiteenzetting van oud-volleybalcoach Joop Alberda over talentontwikkeling in het algemeen, kwam naar voren dat ook zij nog altijd moeite hebben met het begeleiden van hun kind.
„Ik heb meerdere kinderen. Eén daarvan is een sporttalent. Maar ik wil die anderen even veel aandacht geven“, vertelde een van de aanwezige moeders. „Doe je dat niet, dan krijg je misschien spanningen in het gezin. Die voelt dat getalenteerde kind ook, waardoor die zich misschien weer schuldig gaat voelen. Er is niemand die mij zegt hoe ik dat nu precies moet oplossen.“
Een andere deelnemer aan het gesprek repliceerde dat je met het hele gezin vroegtijdig om de tafel moet gaan zitten. „Dan voorkom je dat. Je moet het er met alle kinderen over hebben en die moeten er ook allemaal achter staan. En zo’n gesprek moet je niet één keer voeren, maar je moet het er over blijven hebben.“
Wensenpakket
Weer andere ouders worstelen met de vraag wie bepaalde keuzes maakt in de ontwikkeling van hun kind. Doet de trainer dat? Doet het kind dat? Mogen de ouders ook grenzen aangeven en zo ja: waar liggen die dan? Gezamenlijk kwamen ze met een klein wensenpakket voor SportZeeland en het Olympisch Netwerk Zeeland, dat in oprichting is. Er zou bijvoorbeeld goede voorlichting moeten komen voor ouders van talenten. „En daarmee moet in sommige takken van sport al vroeg mij begonnen worden.“
Daarnaast moet er één punt in Zeeland komen waar ouders, sporters en trainers met alle vragen terecht kunnen. „U wilt dus een lijstje telefoonummers?“ vroeg Olyslager, waarop er veelvuldig geknikt werd. „Zoiets als het olympisch steunpunt moet weer terugkomen, al dan niet onder een andere naam.“
De deelnemers aan de discussie kregen ook diverse stellingen voorgelegd. Op de zin ’In Zeeland weet je precies waar je terecht kunt voor talentontwikkeling en begeleiding’ reageerde 91 procent (van de 54 mensen) met ’oneens’. Er lijkt dus nog wel wat werk aan de winkel in Zeeland. Volgens Olyslager is er namelijk genoeg talent in Zeeland - „Het is niet regiogebonden“ - maar wordt er lang niet altijd goed mee omgesprongen. „De vervolgstappen kunnen beter.“














