KAMPERLAND - In de schaduw van het grote WK voetbal (en de nasleep) staat een veel kleinere mondiale titelstrijd: het WK kabelwakeboarden. Aan dat toernooi, dat morgen in het Duitse Neubrandenburg begint, doen vijftien Nederlanders mee. Drie van hen - Dirk Gideonse, Dennie Sturm en Rens Cosijn - komen uit Zeeland.
Wakeboarden is een sport die in de jaren tachtig is ontstaan uit het
golfsurfen en waterskiën. Net als het waterskiën werd het wakeboarden eerst
achter een boot gedaan. De 'rijders' dansten op de hekgolven en deden trucs
op de verschillende obstakels, die waren overgenomen uit het skateboarden en
snowboarden. Later deed het kabelwakeboarden zijn intrede, waarbij de
rijders worden voortgetrokken door een kabel die met 30 kilometer per uur
een rondje over het water maakt.
Kabelwakeboarden heeft als grote voordeel dat het minder prijzig is. Niet
iedereen heeft immers de beschikking over een boot. ,,Wakeboarden achter de
boot is voor de mensen die net iets meer geld hebben", legt Cosijn uit.
,,Het kabelwakeboarden is voor de gewone man."
De benodigde techniek voor kabelwakeboarden is net even anders dan die voor de
boot-variant. Achter de boot maak je gebruik van de hekgolven, achter de
kabel lanceer je jezelf als je de voortgaande beweging blokkeert. Doorgaans
kunnen kabelwakeboarders makkelijker de overstap maken naar de boot dan
andersom. ,,Op het NK boot willen we nog wel eens verrassen", zegt een
lachende Cosijn, die bij de masters de titelstrijd al twee keer won. "En
dat vinden ze echt niet leuk, kan ik je vertellen."
De 33-jarige Vlissinger noemt zichzelf een pionier in de sport. Hij heeft het
zelf allemaal moeten uitvinden. Inmiddels wordt hij ingehaald door jongere
wakeboarders als Dirk Gideonse (21) en Dennie Sturm (25). ,,Ik leer soms nog
van hen. Zij introduceren moeilijkere 'tricks'. Ik moet hard trainen om hen
bij te houden."
Maar op de meesten heeft Cosijn wel wat over. Vandaar dat hij zich vorig jaar
heeft opgeworpen als bondscoach. "Mijn kracht is dat ik zie waar de
jongens en meiden sterk in zijn. Ik weet op welke onderdelen ze veel punten
kunnen scoren bij de jury en op welke onderdelen minder. Ik ken namelijk
zelf heel goed het klappen van de zweep. Tot vorig jaar was een vader van
één van de wakeboarders de bondscoach. Dat was niet ideaal. Ik zit er
daarentegen midden in en ben nog altijd bloedfanatiek."
In Zeeland hebben Cosijn, Gideonse en Sturm een trainingsmogelijkheid in
Kamperland, bij De Schotsman. Daar is al meer dan tien jaar een kabelbaan.
Maar vaak rijden ze naar Duitsland, waar veruit de meeste kabelbanen zijn.
Cosijn: "Daar zijn de omstandigheden ook vaak wat beter dan hier. In
Zeeland staat vaak wind en heb je golfvorming op het Veerse Meer. In
Duitsland kunnen we trainen op rimpelloze meren."
Het kabelwakeboarden is een jurysport. Net als bij bijvoorbeeld turnen worden
de rijders afgerekend op de moeilijkheid van de sprongen en de uitvoering
ervan. In elke ronde krijgen de wakeboarders twee runs, waarbij de hoogste
score telt. "Ben je in de eerste run gevallen, dan heb je dus een
herkansing", legt Cosijn uit. "Maar ben je de eerste run goed
doorgekomen, dan kan je in de tweede run een beetje risico nemen."
Op het WK in het noordoosten van Duitsland zijn ongeveer twintig landen
vertegenwoordigd. Nederland, Duitsland en Engeland zijn in de breedte het
sterkst, weet de bondscoach. Voor Gideonse en Sturm is hij zeer tevreden als
ze in de finale (beste acht) komen. "Dan moet alles meezitten."
Zelf moet hij in de buurt van het podium kunnen komen. "Maar als ik
druk bezig ben met de wedstrijden en prestaties van anderen, zal ik mezelf
een beetje moeten wegcijferen."
Een voordeel van het wereldkampioenschap is dat Cosijn zijn internationals wat
langer bij elkaar heeft. De Oranje-equipe is afgelopen week al naar
Duitsland afgereisd en heeft de afgelopen dagen al volop met elkaar kunnen
trainen. "In Nederland zie ik de meesten alleen bij wedstrijden, niet
bij trainingen. Ik krijg nu eindelijk de tijd om echt wat aan de coaching te
doen. Dat vind ik wel lekker."


















