De nu 42-jarige Buit is in 2008 gestopt en is daarna bondscoach geworden van de Nederlandse mannen. De uit Koudekerke afkomstige Piëdro Schweertman is één van de leden van zijn EK-team. De 26-jarige Walchenaar is bij Oranje de nummer drie, achter Laurens-Jan Anjema en Dylan Bennett.
In 2008, toen de Europese titelstrijd in Amsterdam was, speelden Buit en Schweertman nog samen in Oranje. Buit deed voor de twintigste keer mee aan een EK, Schweertman debuteerde. Nederland eindigde toen als derde.
De kans is groot dat de Oranje-equipe volgdende week weer achter de grootmachten Engeland en Frankrijk brons pakt. "Je speelt tegen zo'n land vier duels. In drie daarvan moet je stunten. De kans dat dat gebeurt, is natuurlijk klein. Zo reëel moet je zijn."
De kracht van Schweertman, zo zegt Buit, is dat hij over veel wapens beschikt. "Hij heeft bijvoorbeeld een harde slag. Dat komt door zijn snelle onderarm/pols, waarmee hij de bal zonder moeite veel vaart kan meegeven. Daarnaast is hij fysiek ook sterk. Hij traint hard, dat zie je."
Op tactisch vlak kan Schweertman nog wel wat groeien, vindt de bondscoach. "Hij moet leren om wedstrijden nog beter te lezen. Hij ziet nog niet altijd hoe hij van een tegenstander kan winnen. Dat heeft tijd nodig. Hij moet nog veel ervaring opdoen."
Schweertman probeert zo veel mogelijk duels te spelen met toppers. De nummer 93 van de wereld speelt competitie in verschillende landen en reist geregeld af naar proftoernooien. Steeds vaker verrast hij andere mannen uit de top honderd.
De international stond in 2010 al in drie finales van proftoernooien, twee keer in Nederland, één keer in Ierland. In dat land had hij nu ook willen zitten, ware het niet dat de IJslandse aswolk roet in het eten gooide. Nu bereidt hij zich dichter bij huis voor op het EK.
Volgens Schweertman heeft zijn recente groeispurt te maken met een verandering in zijn persoonlijke begeleiding. Eerst had hij twee individuele trainers (Arthur Smit en Kim van den Bosch) en nu nog maar één (Van den Bosch). "Arthur vond het beter voor mijn ontwikkeling als ik maar één trainer zou hebben", vertelt hij. "Ik neigde toen naar Kim en heb voor hem gekozen. Het is dus voor Arthur iets anders gelopen dan hij zich had voorgesteld. Maar goed, we zijn nog even goede vrienden, hoor."
Daarnaast profiteert de Walchenaar bij de bondstrainingen van de aanwezigheid van de Engelse topcoach Damon Leedale-Brown, die eind 2009 de nationale trainersstaf is komen versterken. "Voorheen speelden we alleen maar oefenpotjes tegen elkaar, nu zit er meer een verhaal achter. Dat werpt duidelijk zijn vruchten af."
Ook Buit is blij met de Brit. "Damon is bewegingswetenschapper. Hij helpt ons verder en dat is goed voor het Nederlandse squash."


















