Gerard Colpaart: "Als ik in al die jaren tien wedstrijden heb gemist, zal het veel zijn." foto Mark Neelemans
Velen kennen hem als de wedstrijdsecretaris, grensrechter, elftalleider, verzorger en terreinknecht van SDO.
Verschillende spelers uit de eerste selectie zijn als jeugdspeler door hem getraind en als scheidsrechter floot hij menig partijtje van lagere elftallen.
"Volgende week kan ik er niet bij zijn", klinkt het bijna verontschuldigend. "Er is op zondag een reünie van de lagere school. Dan zullen ze dus een ander moeten zoeken. Maar als ik verder in al die jaren tien wedstrijden heb gemist, zal het veel zijn."
Hij zit op zijn praatstoel in zijn semi-bungalow op een steenworp van het veld. "Ik kan goed zonder voetbal hoor", zegt hij. "Maar ik zou niet elke zondag naar Hulst willen om te winkelen. Het zal vanaf nu toch zeker ook wel in een rechte lijn elke week door gaan hè? We zijn nog maar net over de helft."
Gerard Colpaart groeide op in Kruisdorp en ontpopte zich aanvankelijk als een geboren atleet. "Duurlopen", weet hij nog. "Ik liep wel eens met Wies van Houte mee, die me mee wilde nemen naar marathons. Tijdens coopertesten in militaire dienst liep ik altijd tussen de 3500 en 3700 meter. Dan vroegen ze of ik zin had om me erop toe te leggen. Wies van Houte at nooit anders dan pasta. Ik had geen zin er speciaal voor te leven."
Toen hij trouwde, vestigde de bouwvakker zich in Lamswaarde, waar hij zelf een woning had gebouwd.
"Van de eerste tot de laatste spijker", vertelt hij. "Piet Claessens, de vader van Steen-trainer Honny, had hier op het dorp een café. Toen ik een jaar of zeventien was, haalde hij me over om hier te komen voetballen. Ik was eigenlijk een speler voor het tweede elftal, maar heb toch meerdere jaren in het eerste gespeeld. Als ze een beroep op me deden, stond ik er. In het eerste was ik linksback. In het jaar dat we bij Hansweertse Boys kampioen van de tweede klasse afdeling werden, liep heel Lamswaarde leeg. Toen Paul Kouijzer hier trainer was, scheurde ik in een wedstrijd tegen Philippine een binnenband van mijn knie."
Die blessure leidde tot het einde van zijn actieve voetballoopbaan. Zijn activiteiten in belang van de club raakten in een stroomversnelling. Eerst als grensrechter. Later als verzorger en wedstrijdsecretaris. Toen Ludo Eijsackers bij HVV'24 keeperstrainer werd, volgde hij hem op als elftalleider.
"Ik zorg ervoor dat alle spullen meegaan en terugkomen. In de bestuurskamer vul ik het wedstrijdformulier in. In de tijd dat de bond het boekje Officiële Mededelingen (OM) nog verstuurde, nam ik 's woensdags altijd contact op met de scheidsrechter. Even een praatje maken, ook al was de man al zes keer hier geweest. Ik vond de OM wel makkelijk. Als het mooi weer was, zette ik me buiten met een bak koffie en las ik het door. Tegenwoordig gaat alles via de computer. Da's niks voor mij."
Met een klein clubje vrijwilligers houdt Colpaart de dorpsclub draaiend.
"'s Zaterdags ben ik om acht uur op de club. Dan zorg ik voor de lijnen, netten en cornervlaggen en zet ik de koffie klaar. Als ik zie dat een afvoer lekt, pak ik pvc-lijm en repareer het. Aan het eind van de dag ga ik altijd even terug om alles te controleren. Er brandt altijd nog wel een lamp en als de verwarming een hele nacht dik twintig graden brandt, kost dat veel geld. Vervelend? Welnee. Chagrijnig? Eigenlijk ook niet. Ik neem het niet mee naar huis. Ik denk wel eens: hoe is het mogelijk dat we hier verloren hebben. Als het slecht gaat, vraag ik me wel eens af waarom ik eigenlijk nog mee ga. Maar als je dan laatst onze wedstrijd zag tegen Sluiskil. We speelden heel goed en het werd gewoon 2-2. Dan is het alleen jammer dat je geen drie punten pakt."

















