In de komende dagen zal alle aandacht uitgaan naar de topturners Yuri van Gelder, Jeffrey Wammes en Epke Zonderland.
Halen ze toestelfinales? Zijn ze kansrijk voor een medaille? Inhun schaduw staan de andere selectieleden, Herre Zonderland, Anthony van Assche en Carlo van Minde. Maar hun progressie – zitten ze in vergelijking met twee jaar geleden dichter bij de Europese top? – is minstens zo belangrijk.
Het EK individueel is een mooi toernooi, maar in de ogen van de turners is het slechts een tussenstation. Eindhalte zijn de Olympische Spelen van 2012 in Londen. De turnbond KNGU wil daar met zes mannen, dus een heel team, vertegenwoordigd zijn. De eis daarvoor is dat Nederland in 2011 op het wereldkampioenschap in Tokio bij de beste twaalf landen eindigt. Maar om in Japan aanwezig te kunnen zijn, moet Oranje eerst op het WK van 2010
in Rotterdam bij de beste 24 komen.
Het EK en het WK (later in Londen) zijn dit jaar meetmomenten. Vandaar dat Van Assche en Van Minde, die allebei net niet aan de volledige kwalificatie-eis voldeden, toch zijn meegenomen door de KNGU. ,,We mochten zes turners inschrijven en dat hebben we dan ook gedaan", legt topsportcoördinator Hans Gootjes uit. ,,Het Europees kampioenschap is juist voor hen een extra podium om extra internationale ervaring op te doen."
Bram van Bokhoven, trainer van Carlo van Minde, is het met hem eens. ,,Hoe vaak komen jongens als Carlo en Anthony nou in het buitenland? Met één of twee World Cups is de koek al gauw op. Moet je dan zeggen: laat hen maar thuis, want ze hebben in Milaan niets te zoeken… Ik denk van niet. Ze kunnen laten zien dat ze gegroeid zijn."
Het eerste internationale toernooi waar de twee Zeeuwen er pas écht moeten staan, is het WK van eind volgend jaar. ,,Maar je kunt de toernooien wel voor je uit blijven schuiven en alsmaar blijven trainen, maar dan is het moeilijk om je motivatie op peil te houden", stelt Van Bokhoven. ,,Je moet tussentijdse doelen hebben en jezelf zo nu en dan kunnen testen. Het EK is een stok achter de deur, een moment om te kijken of we op schema liggen in het olympische traject."
In 2007, op zijn eerste EK individueel in Amsterdam, zette Van Minde op sprong zijn beste resultaat neer: een 24e plek. Van Assche kwam op vloer het hoogst uit: 38e. Op de trainingen en kleinere wedstrijden van de laatste tijd toonden de twee al aan dat ze in twee jaar veel gegroeid zijn. Nu mogen ze er even uit, om aan heel Europa te laten zien dat ze veel in hun mars hebben. En dat de Nederlandse ploeg op koers ligt voor de Spelen.















