Maarten Rademakers: "We vonden voetbal niet leuk meer en schaken leek ons ineens wel interessant." foto Wim Kooyman
De ommekeer bleek geen bevlieging. De twee broers zijn inmiddels pubers, maar nog altijd bedreven in het schaken. Maarten Rademakers pakte onlangs zelfs de Zeeuws titel. Het toernooi waarin hij zich tot kampioen liet kronen verliep echter niet geheel vlekkeloos.
"Ik maakte een paar keer een blunder waardoor mijn tegenstanders me makkelijk hadden kunnen verslaan. Ik had het geluk dat ze die fouten niet zagen."
Op wedstrijden bereidt hij zich nooit uitgebreid voor. "Ik ben nogal lui aangelegd", zegt hij met een glimlach terwijl hij steeds verder onderuit zakt op de bank. "Ik heb nooit zin om me te verdiepen in de theorie, ik oefen vooral partijen op internet." Toch verschijnt hij niet helemaal onvoorbereid bij toernooien. "Ik oriënteer me meestal op de openingen van mijn tegenstanders, door eerder gespeelde partijen van ze te bekijken. Dan kijk ik hoe ik mijn spel daarop kan aanpassen."
Verder krijgt hij ook veel hulp en steun van zijn trainer Nick Dubbeldam. "Op vrijdagavond komt hij altijd naar ons huis en dan gaan we met mijn broer en vrienden enkele methoden oefenen. Ik heb al veel van hem geleerd."
Het schaakspel fascineert de jonge schaker voornamelijk vanwege het denkwerk dat erbij komt kijken. Het bedenken van structuren en allerlei berekeningen liggen hem wel. Rademakers kan er dan ook van genieten als alles blijkt te kloppen. "Een jaar of drie geleden heb ik grootmeester John van der Wiel verslagen in een partij. Ik was die dag zó fanatiek en gemotiveerd. Hij leek wel verbaasd dat hij van een jong ventje verloren had. Dat was echt een van mijn mooiste partijen ooit", vertelt hij stralend.
Het spel, dat hij van zijn opa leerde, is voor hem wel vooral een hobby. Hij zit in zijn examenjaar van de havo en hoopt chirurg te worden. Een studie Geneeskunde is waar hij naartoe werkt. "Het is een erg zware studie en het schaken zal daardoor wel op een lager pitje komen te staan. Maar dat heb ik er wel voor over."
Rademakers ziet het schaken niet als een sport waarin hij later zijn brood kan verdienen. "Ik zou het ook niet willen, de kans dat je dat bereikt is heel klein. Bovendien moet je dan verplicht aan toernooien meedoen, daar heb ik geen zin in." Inmiddels heeft vader Rademakers, die volgens zijn echtgenote zijn zonen toch liever op voetbal had gezien, inmiddels wel geaccepteerd dat ze op schaken zitten. Maarten Rademakers: "Mijn vader ziet dat Steven en ik er plezier in hebben. Dat is het belangrijkste."























