De Oostburgse turner Mitchell de Ruysscher tijdens zijn sprong op het NK airtumbling in Oostburg. In totaal deden tweehonderd deelnemers in de leeftijd van dertien tot dertig plus mee aan het kampioenschap. foto Peter Nicolai
"Het is super om te doen. Gezellig en hartstikke gaaf om zo'n sprongenserie te maken. Als er na heel veel uren trainen ook daadwerkelijk uitkomt wat je wilt, dan geeft dat een kick", vertelde de 16-jarige Pauline Tas van de organiserende turn- en gymnastiekvereniging Turn'87. Tijdens de vorige editie van het NK in Oostburg, in 2007, brak ze haar voet. "Daar heb ik nog wel even aan teruggedacht, maar nu gaat het aardig."
Turn'87 zelf had zes teams en in totaal 44 springers ingeschreven op diverse niveau's. Met ingetapete enkels en braces gingen mannen en vrouwen op weg richting sprong of serie op Pegasus, minitrampoline en verende vloer. Af en toe moest de EHBO even te hulp schieten om de gewrichten, die tijdens de oefening het zwaarst belast worden, enigszins te verstevigen.
Uiteraard werden de proeven gejureerd door een delegatie van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie. "Natuurlijk is het van belang om de benodigde punten te behalen. De eisen zijn best hoog", aldus Kristine Provo van Turn'87. "Om op A-niveau mee te springen bij de clubteams, moeten de mannen verplicht een sukahara springen. Ga je lager, dan worden de sprongseries minder moeilijk. Het is een mooie gelegenheid om jezelf eens te meten op landelijk niveau. Of we bij Turn'87 talent hebben? Wij hebben Guitho de Wolff op airtumbling bij de jeugd. Hij werd voor de derde keer Nederlands kampioen. Tel je de scores van jeugd, junioren en senioren bijeen, dan zou hij vijfde van Nederland zijn. En hij is pas twaalf jaar! Dus talent is er zeker."























