In 2008 willen ze hun deelname naar een hoger plan trekken. Deze keer gaan ze vanaf 5 januari voor het halen van de eindstreep. En binnen drie jaar willen ze eerste worden in het amateurklassement. "Van de deelnemers aan Le Dakar komt 65 procent niet aan; het eerste jaar haalt maar 7 procent de finish. De oprichter, Thierry Sabine, heeft de race ooit zo opgezet dat maar één van de deelnemers de finish zou halen. Zo bekeken hebben we het niet slecht gedaan", zegt Raoul.
"Het is een endurance race", vult broer Jean-Pierre (48), de navigator van de twee, aan. "We willen ervoor zorgen elke dag heelhuids in het kamp aan te komen. We rijden snel en tegelijkertijd behoudend."
Nieuwe doelstellingen, nieuwe aanpak. Neem het budget. Als amateur deelnemen aan Le Dakar kost 'best veel geld'. Begonnen de broers in 2006 met 150.000 euro, nu hebben de twee onder meer door een groter aantal sponsorcontracten de beschikking over zo'n 650.000 euro. Raoul: "We hebben het eerste jaar lowbudget gereden. Om twee monteurs mee te kunnen nemen hadden we de auto al verkocht voor we aan de start stonden."
Dit jaar reist een team van technisch specialisten mee, dat de beschikking heeeft over een vrachtwagen met onderdelen en een Landrover Defender. De Desert Warrior, de auto waarmee ze de race willen uitrijden, hebben ze nog niet hoeven verkopen.
Vorige week werd bekend dat het Goese bedrijf Bison International de titelsponsor wordt van het team, dat naast de broers bestaat uit de combinatie Kees Tijsterman en Eric Steenhuizen. Tijsterman is oudgediende in de rally: hij werd als amateur een keer vijfde tussen de professionele fabrieksteams, geldt als de hoogst geëindigde Nederlander ooit en reed de wedstrijd acht van de negen keer uit.
Steenhuizen rijdt mee vanwege zijn specialistische kennis van BMW-motoren. De mannen hebben ergens de nieuwste BMW-dieselmotor, van de soort waar ook het fabrieksteam mee rijdt, op de kop weten te tikken. Eentje waar stof en zandkorreltjes niet in door kunnen dringen, zodat de broers het debacle van de laatste keer niet hoeven herbeleven.
Vier- é zeshonderd kilometer per dag rijden door een ruige woestenij zonder wegen, over een terrein met verraderlijke gaten, uitstekende stenen, golvende zandduinen en stekelige struiken vergt veel van elke deelnemer.
De broers, wier moeder een geboren Goese is, hebben een belangrijk voordeel op de rest in deze uitputtingsslag: "We kennen elkaar al zo lang, we kunnen alles tegen elkaar zeggen zonder dat dat spanning oplevert. We hoeven elkaar niet van alles uit te leggen", zegt Jean-Pierre.
"De samenwerking tussen navigator en chauffeur is zó ontzettend belangrijk. Je moet elkaar echt voor honderd procent kunnen vertrouwen. Als ik zeg: ga links, terwijl de rest van de deelnemers rechtdoor gaat, dan gaat Raoul links en niet rechtdoor. Dat vertrouwen is er. Omdat hij weet dat ik dat niet zonder reden doe. En blijk ik achteraf fout zitten, ja dat is dan maar zo."
En ze hebben er in 2008 een belangrijk voordeel bij: bij aankomst in het kamp hoeven ze zich niet te bekommeren om allerhande reparaties. Dat ligt voortaan in de handen van het technische team. Jean-Pierre: "Zo komen we aan meer slaapuren, wat de concentratie ten goede zal komen."

















