Korfbaltrainer Adri van Bavel: "Die mentaliteit van hier, ook een beetje Bourgondisch, spreekt me erg aan." foto Ronald den Dekker
Van Bavel (46) is sinds de zomer trainer van Volharding uit Yerseke. De club heeft slechts zes teams. Het eerste achttal is een laagvlieger in de vierde klasse. Het is dus niet een plek waar je een man met zijn staat van dienst ("Ik heb alles bereikt wat in mijn sport mogelijk was") denkt te vinden. Maar Van Bavel vindt er niets vreemds aan. "Dit is de eerste keer dat ik voor een seniorenploeg sta. Ik zal ook nog veel moeten leren. Een goede speler is niet per definitie meteen een goede trainer, vind ik."
Voorafgaand aan de dinsdagtraining van Volharding wil Van Bavel nog wel even herinneringen ophalen aan zijn bloeitijd bij de Rode Duivels. Het gesprek komt natuurlijk al snel op de WK-finale van achttien jaar geleden, waarin Oranje met 11-10 verloor.
Was België toen zo goed of had Nederland een offday? "Wij waren in elk geval enorm gefocust", vertelt Van Bavel. "Heel de federatie stond achter ons, iedereen realiseerde zich dat dit onze enige kans was om Oranje te verslaan. Wij hadden een heel goed en hecht team, terwijl je bij Nederland toch vedettengedrag zag."
Na tien minuten in de wedstrijd werd Van Bavel daar al mee geconfronteerd. Erik Wolsink, topspeler van Oost-Arnhem, lachte de Belg uit toen die een foutje maakte. "Dat was voor mij de klik. Op dat moment heb ik mijn wedstrijd gewonnen. Ik wist: van zo iemand ga ík niet verliezen."
Het werd uiteindelijk wel een dubbeltje op z'n kant. Beide teams gingen tot de slotminuut gelijk op. Er leek bij 10-10 een verlenging aan te komen, maar België scoorde toch nog dertig seconden voor tijd. Oranje gaf echter niet op en kreeg kort daarna een strafworp mee. Die werd echter door Hans Heemskerk gemist.
"Ik durf niet te zeggen dat we op dat moment de beste Belgische ploeg ooit hadden, maar wel vielen op dat moment alle puzzelstukjes in elkaar. Dat hadden we ook nodig om te kunnen winnen."
Het was, zo stelt Van Bavel, helemaal uniek geweest als België twee jaar later in Den Haag ook de finale van de World Games had gewonnen. "Dan was die WK-finale niet iets eenmaligs geweest. We waren dan echt een periode de beste ploeg geweest."
Maar die World Games leefden niet zo in België en dus waren er ook minder middelen beschikbaar voor de Rode Duivels. Carlo de Waele - na het WK van 1991 bondscoach geworden en nu dus de nieuwe trainer van Togo uit Goes - kon dus niet voor een nieuwe stunt zorgen. Van Bavel: "Carlo had de pech dat hij een zware erfenis mee kreeg van zijn voorganger. Hij kon het nooit beter doen."
Na zijn interlandloopbaan, die hij in 1995 afsloot met een verloren WK-finale in New Delhi, bleef Van Bavel nog een paar jaar topkorfbal spelen bij Sikopi. "Ik had daar een reserverol en tegelijkertijd begeleidde ik de jongere spelers."
Tien jaar geleden stapte hij over naar de scheidsrechterij. "Da's ook een sport hoor. Je moet daar ook voor blijven trainen en je goed op elk duel voorbereiden. Dat mogen de teams ook van je verwachten." Maar de Belg miste het competitieve ("Je kunt als arbiter niet winnen, hè") en stopte er dus na zo'n vijf seizoenen mee.
En nu heeft Van Bavel dus een nieuwe missie: senioren trainen en coachen. Volharding kwam via een andere Belg, die aanvankelijk naar Yerseke zou komen, bij het Sikopi- kopstuk terecht. "Ik zei direct ja. Er was snel een klik. Die mentaliteit van hier, ook een beetje Bourgondisch, spreekt me erg aan."
Bij Volharding wil Van Bavel de jonge selectie een hoog baltempo laten hanteren, waarbij er veel geschoten wordt. "Hoe meer shots, hoe meer goals." Daarnaast is hij een man die veel aan conditietraining doet. "Dat is echt iets Belgisch", bekent hij. "In Nederland is men technisch en tactisch beter. In België proberen we de achterstand goed te maken met werklust en een goede conditie. En dat nemen Belgische trainers dan ook mee naar Nederlandse clubs."

















