Ploegleider Erik Dekker stapte toch trots lachend op hem af. De twee wisselden een blik, de coureur sprak van overmacht. "Hij was wel goed die Casar", zei Boogerd. De twee hadden erop gegokt dat de Fransman bij het aangaan van de sprint zijn kruit al had verschoten. Niet dus. "Natuurlijk ben ik nu teleurgesteld", liet Boogerd weten. "Na alles wat er is gebeurd, speelde het vandaag een paar keer door mijn hoofd dat ik mezelf op het einde van mijn laatste Tour legendarisch had kunnen maken."
Hij verbeet zijn deceptie in cynisme: "Als je een keer tot vier uur 's nachts doorzakt en twaalf Grimbergens leegdrinkt, kun je daar een paar dagen last van krijgen." Boogerd hield de vragen over de man die de 'Nacht van Rasmussen' had ingeleid liever van zich af. Drieënhalf uur had hij toen geslapen. "Afgelopen nacht zes uurtjes meer."
Na het ontbijt van donderdagmorgen kwam de spirit terug. "We zeiden tegen elkaar: vandaag gaan we weer koersen." Michael Boogerd knalde naar een groepje van drie renners: Casar, Lefèvre en Willems. De laatste viel weg na een aanrijding met een hond en Axel Merckx - ook al bezig aan zijn laatste Tour - sloot even later aan.
"Ik was de sterkste van de groep", wist Boogerd. Hij zag in de finale echter geen kans om de sprint te ontlopen. "De finale was voor mij niet lastig genoeg." Een colletje van de derde categorie in de finale had hij nodig gehad, volgens Dekker.
In de finale gokte hij erop dat Casar met een eerste aanval zijn beste krachten had verspeeld. Dat bleek een misrekening. "Ik kreeg het gat naar hem al moeilijk dichtgereden", vertelde hij Dekker.
De ploegleider leek minder teleurgesteld dan de renner. "Het zou een fantastisch verhaal zijn geweest als Michael had gewonnen. Het belangrijkste was echter dat Boogerd er bij zat. Dat hij zich zo herpakt heeft binnen 24 uur vind ik knap. Je zou er bijna vrolijk van worden. Dit heeft ook de andere jongens goed gedaan."
Voor Dekker was het nogmaals het bewijs dat de ploegleiding er goed aan gedaan heeft de renners om te praten in koers te blijven. "Ik ben blij dat we het gedaan hebben. Naar huis gaan is de slechtste optie. Thuis ben je ook chagrijnig. Vanochtend merkte ik dat het al wat meer over de koers ging. Ze zeiden: het wordt geen massasprint. We gaan meespringen."
De emoties zijn er volgens Dekker 'uiteraard' nog altijd. Hijzelf bracht Rasmussen in de bewuste nacht naar een ander hotel. "Dan zie je zo'n klein zielig hoopje mens. Dan stel je op dat moment verder geen vragen."
De ochtend erop moest hij de renners wekken. "Dat lukte dus niet. Vind je het gek. Ze waren laat gaan slapen in de gedachte dat ze de andere dag toch naar huis gingen. Toch heb ik gezegd: doe een nummer op en ga rijden." Dat ze eerst niet wilden, snapte Dekker wel. "Sommigen waren alleen al bang voor de fluitconcerten. Vandaag stonden er de eerste zestig kilometer heel veel Nederlanders langs de kant. Ze riepen harder dan ik ooit Nederlanders heb horen roepen. Dat doet je dan toch weer goed."
>>Michael Boogerd denkt dat hij de sterkste is in een kopgroep van vier renners. De Fransman Sandy Casar is echter de rapste na een lange vlucht.


















