Na de topduels op het WK moet het Nederlands elftal zich de komende tijd behelpen met wedstrijden tegen landen van aanzienlijk minder allooi. ;door Rudy Boogert
Dat hoort toch een beetje bij het voetbal?
In het interlandvoetbal weten we niet beter. Alle grote landen komen standaard in een groep met een aantal kleintjes terecht. In het Europese clubvoetbal worden de kleintjes echter gescheiden van de groten. In de Champions League moeten de kleintjes zich bijvoorbeeld eerst door tig voorrondes heenworstelen, voordat ze eindelijk 's tegen de grote jongens mogen aantreden.
Wat is daar mis mee?
Niks. Die formule is juist hartstikke aantrekkelijk. Laat de kleintjes eerst onderling uitvechten wie het minst klein is en die mag zich voorzichtig meten met de iets groteren, et cetera. Clubs kunnen zich in die opzet stap voor stap meten en verbeteren. De Uefa vindt op clubniveau dat HB Thórshavn vooralsnog niks te zoeken heeft tegen Internazionale en moet daarom in juni al in de eerste voorronde van de Champions League aantreden. Maar op landenniveau moeten de Faeröer Eilanden wél tegen Italië spelen. (Voor de goede orde: Thorshavn is de hoofdstad van de Faeröer Eilanden.)
Hoe ontsnap je daar dan aan?
Deel landen in in divisies. In ijshockey doen ze dat, in tennis (Davis Cup), in cricket. Gooi er ook een promotie-degradatieregeling tegenaan en iedereen kan weer een beetje op zijn eigen niveau spelen. Beter goed gejat dan slecht bedacht, zou ik zeggen. De enige twee aansprekende potjes die Oranje de komende twee jaar zal spelen, zijn die tegen Zweden. Maar ja, als Oranje zich nu net zo vlot plaatst als voor het WK, is die laatste wedstrijd tegen Zweden al niet eens meer van belang.


Sorteer reacties














