De Bakker heeft zich dit jaar genesteld in de mondiale subtop. Dus keek niemand ervan op dat zijn naam op de hoofdtabel prijkte en dat de nummer 48 van de wereld zich via Marc Gicquel naar een plek in de tweede ronde sloeg. De 33-jarige Fransman mocht dan voor de 21-jarige Westlander niet alleen een oude bekende maar tevens een kwelgeest zijn, in de derde onderlinge confrontatie revancheerde De Bakker zich op overtuigende wijze voor de twee eerdere nederlagen: 6-4, 7-5, 6-2. "Ik heb weer een nieuw stapje gemaakt", concludeerde de tennisser, die in de volgende ronde in het krijt treedt tegen de Kroaat Ivan Dodig.
Zijn ster is rijzende. In het profcircuit wordt er niet alleen over hem gesproken, tevens wordt hij als een gevaarlijke outsider beschouwd. Niet voor niets trainden vedettes als Roger Federer, Lleyton Hewitt en Robin Söderling al eens met hem. Het bereiken van de halve finale in New Haven afgelopen week zal dat beeld hebben versterkt.
Dat De Bakker aan de weg timmert, heeft alles te maken met de manier waarop hij anno 2010 de sport benadert. De aanleg bezat hij altijd al, maar inmiddels bestaat ook de wil om het talent te verzilveren. Aan werklust ontbreekt het hem niet meer. Met vallen en opstaan heeft De Bakker van zijn fouten uit het verleden geleerd. Zijn flegmatieke optredens, die hem parten speelden en het gevolg waren van jeugdige overmoed, zijn uitgebannen.
Overigens is het zeker niet zo dat De Bakker aan een inhaalslag bezig is. Want met zijn 21 jaar behoort hij tot de uitzonderingen op de tour. Bij de beste vijftig komt hij slechts drie leeftijdsgenoten tegen: Juan Martin del Potro, Marin Cilic en Alexandr Dolgopolov. De gemiddelde leeftijd in de top 100 is 26 jaar, terwijl dat in de top tien op 25 jaar ligt. De tijd spreekt dus nog altijd in zijn voordeel.
De Bakker illustreert de, weliswaar voorzichtige, wederopstanding van het Nederlandse tennis. Maar niet alleen hij. Want naast de kopman rammelt nog een spelerskwartet aan de poort. Robin Haase steeg door zijn nieuwe Challengerzege naar de 83e plaats op de wereldranglijst en onderstreept dat hij helemaal terug is. In diens kielzog boeken Jesse Huta Galung (144e), Igor Sijsling (168e) en de recent opkomende Thomas Schoorel (175e) hoopgevende vorderingen. De prognose van Rohan Goetzke, de technisch directeur van de Nederlandse tennisbond, in december 2009 dat eind 2010 vier spelers in de top 100 bivakkeren, lijkt derhalve een realistisch scenario.
Het vrouwelijke perspectief daarentegen verdampt bij dat van de mannen. De vaandeldraagsters Arantxa Rus en Michaëlla Krajicek slaagden er niet in bij de US Open het kwalificatiegewoel te overleven. Vooral voor Krajicek was het een hard gelag dat ze opnieuw in het voorportaal sneuvelde. De laatste keer dat ze op het hoogste podium acteerde, dateert van 2008. Na de Wimbledon-editie was ze in de daaropvolgende negen Grand Slams niet meer van de partij. Krajicek en Rus mogen nog zeker niet worden afgeserveerd. De conclusie die wel mag worden getrokken, is dat de huidige stagnatie als achteruitgang geldt.


















