Op de Jeugd Olympische Spelen, vrijdag afgesloten in Singapore, pakte Nederland vier medailles. Dezelfde sporters moeten het later op de echte Olympische Spelen veel beter doen. foto AP
Naar 82 medailles moet het toe volgens de studie 'Nederland in de top 10', die vanavond aansluitend op de huldiging in de bossen bij Arnhem wordt gepresenteerd. De top tien waaraan de studie zijn naam ontleent, is de top van het medailleklassement bij de Zomer- en Winterspelen. Tijdens de naoorlogse Zomerspelen slaagde Nederland er één keer in die top tien te bereiken: in Sydney (2000).
Sinds de millenniumwisseling is het aantal topsportprogramma's flink toegenomen en zijn trainingen uitgebreider geworden. Toch is de prestatie van Sydney niet meer geëvenaard. Sterker: het aantal gewonnen medailles daalde van 25 in Sydney naar 22 in Athene (2004) tot zestien in Peking (2008). 'Dat kan beter', zou Henk Gemser, chef de mission in Vancouver, zeggen.
Beter is in ieder geval anders, als het aan sportkoepel NOCNSF ligt. Om te beginnen moet er een duidelijker scheiding komen tussen breedtesport en topsport. Een ontwikkeling die schaatsbond KNSB bijvoorbeeld onlangs heeft ingezet, in navolging van de voetbalbond en de hockeybond. Topsport op dezelfde wijze organiseren als breedtesport is niet efficiënt. Dat moet apart door een centrale organisatie worden gedaan, stelt de studie voor. NOCNSF verklaart zich in het vandaag gepresenteerde rapport - weinig verrassend - bereid die taak op zich te nemen.
Bij een topsportorganisatie hoort ook een hardere topsportcultuur. Een 'afrekencultuur' staat zelfs in de studie. Het geld dat in topsport wordt gestoken, moet ten goede komen aan programma's die bijdragen aan de (olympische) medailleoogst. Er is uitsluitend hulp voor medaillewinnaars en toekomstige kanshebbers. Ondermaatse prestaties mogen niet lang getolereerd worden. Daarom is het mogelijk uit het topsportsysteem te 'degraderen'. Net zoals andere sporters kunnen promoveren.
Binnen dat systeem vinden sporters, coaches en begeleiders geld, tijd en expertise om zich naar de wereldtop te knokken. De studie levert een waslijst aan verbeteringen op die de Nederlandse topsport op niveau moeten brengen. Zoals aanpassing van het stipendium, de 'sportbeurs'. Die moet hoger en worden aangepast aan de persoonlijke omstandigheden van de sporter, zoals leeftijd en gezinssituatie. Meer financiële zekerheid voor coaches, maar ook de kans om bij te leren. Verder moet de kwaliteit van opleidings- en trainingscentra omhoog. Trainingsaccommodaties zijn in Nederland te vaak niet beschikbaar op het moment dat het programma van de sporter erom vraagt. Talentontwikkeling vraagt om meer coaches, meer gymles op school en een landelijke test om vast te stellen hoe de lichamelijke ontwikkeling van kinderen verloopt. Een soort fysieke cito-toets.
De 25 sportbonden die hebben meegewerkt aan de studie, komen na het afwerken van de waslijst tot 82 medailles op de Zomerspelen van 2020, zestien op de Winterspelen van 2018 en op de Paralympische Spelen respectievelijk 55 en twee. De optelsom levert ook een begroting op van 215 miljoen euro voor topsport in Nederland. Dat is ruim vier keer zoveel als de bonden nu tot hun beschikking hebben.
Vooral de Atletiekunie, de zwembond KNZB en het Watersportverbond hebben grote plannen. De Atletiekunie heeft voor topsport- en ontwikkelingsprogramma's bijna 25 miljoen euro nodig, de KNZB wil voor de zwemmers bijna twintig miljoen beschikbaar stellen en het watersportverbond denkt voor succesvolle zeilers zo'n veertien miljoen nodig te hebben. Deze berekeningen zijn gemaakt, op verzoek van NOCNSF, zonder rekening te houden met grenzen en praktische bezwaren - ze geven aan wat het kost als de bonden hun ambities volledig kunnen waarmaken. Het internationale credo 'more money in, more medals out' - hoe meer geld je in de sport pompt, hoe meer medailles je wint - wordt ook hier omarmd.
Een deel van die enorme som valt te halen uit efficiënter gebruik van het reeds beschikbare geld. Ook de opbrengst van de Lotto die ten goede komt aan de sport, neemt toe. Maar het grootste deel moet worden opgehoest door de overheid en door sponsors.


Sorteer reacties














