Oscar Freire schreeuwt het uit na zijn overwinning in Milaan-Sanremo. De Spanjaard is Tom Boonen (links) en Alessandro Petacchi te snel af in de sprint. foto Luca Bruno/AP
De 34-jarige Oscar Freire, die na drie wereldtitels nu ook drie keer Milaan-Sanremo heeft gewonnen, hield na de superieure spurt een zelden gehoord betoog: niet zijn ploegmaats werden bedankt voor de diensten, hij had de eerste grote klassieker van dit jaar gewonnen dankzij zijn eigen klasse. Dat mag arrogant klinken, toch kon niemand de uitleg van de winnaar tegenspreken.
Want Oscar wint zoals hij wil winnen. Hij heeft niet, zoals Mark Cavendish vorig jaar in Sanremo, een hele trein van goed georganiseerde gangmakers nodig om hem te lanceren. De kleine Spanjaard kiest zorgvuldig zijn positie, zoekt het wiel van een rivaal op, wacht het moment af en slaat dan meedogenloos toe. Zo was het zaterdag in Sanremo, zo was het ook bij zijn vorige overwinningen, toen hij Erik Zabel en Stuart O'Grady (2004) en Alan Davis en Tom Boonen (2007) in de sprint versloeg.
,,Ik wist dat de vorm er was om hier te winnen'', zei hij na de ontlading en de vreugde in het Rabokamp. ,,Mijn enige vrees wat dat er nog een groep zou wegrijden op de Poggio. Dat gebeurde gelukkig niet. Ik heb bewust niet gereageerd op de aanvallen van Pozzato en Gilbert. Dat laat ik aan anderen over. Ik heb me alleen geconcentreerd op de sprint.'' Hoe vaak er op de dag voor de koers ook over de tactiek was gesproken: Freire deed het in de finale toch weer helemaal alleen. Paul Martens was de enige die meezat voorin, Lars Boom was op de Cipressa gelost. ,,Het is ook onmogelijk om Oscar te volgen als hij zich door het peloton naar voren wringt'', bekende Boom.
De sprintzege die volgde, na een lange aanloop van de Poggio, werd binnen de bankploeg uitgelaten gevierd. Zelfs de anders zo ingetogen Erik Breuking toverde een brede lach op het gezicht. ,,We waren toch wat gaan twijfelen aan Oscar, omdat hij in de Tour vorig jaar zo veel tekort kwam tegen Cavendish en daarna in de Vuelta ook niet kon winnen.'' Ploegleider Erik Dekker: ,,Ach, je moet Oscar gewoon laten doen, hij moet alleen wel het gevoel krijgen dat wij vertrouwen in hem hebben. Daarna doet hij het in de koers zelf wel, maar goh, wat heeft hij dit fantastisch afgemaakt zeg.'' Het was ook de koers waar hij al weken naartoe had geleefd, die hij al lang in zijn hoofd had, in de wetenschap dat de mindere sprinters, zoals Pozzato en Gilbert, op de Poggio gingen aanvallen. Maar eigenlijk viel alles op zijn plaats, tot en met die imposante sprint op de boulevard van Sanremo. Freire sloeg wild met zijn vuist in de lucht net voorbij de finish en reed met een grote lach tot aan de Rabobus. ,,Ik schatte de eindstreep wat verder in, toen we begonnen te sprinten'', vertelde hij. ,,Maar het had ook nog wel vijftig meter verder mogen zijn, zo zeker voelde ik me.''

















