Kramer volbracht de 10.000 meter in 12.57,97, Kuck had er 13.15,62 voor nodig en kreeg uiteindelijk het zilver. Het brons ging naar de Noor Havard Bokko.
Het is voor de eerste keer in de schaatsgeschiedenis dat een rijder vier keer op rij een WK allround wint. Rintje Ritsma en de Noor Ivar Ballangrud werden ook vier keer 's werelds beste allrounder, maar presteerden dat niet in achtereenvolgende jaren. Het absolute record (vijf titels) staat op naam van de Noor Oscar Mathisen en de Fin Clas Thunberg.
























